Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter duidelijkheid. Wie de moeilijkheden, waarvoor we hierbij geplaatst worden, gemakkelijk denkt te boven te komen, die maakt den indruk van een kind, dat nauwelijks loopen leerde en nu een steilen berg beklimmen wil.

Maar misschien ziet ge het wel weer anders.

Misschien acht ge het niet zoozeer dwaas om het onmogelijke, als wel om het overbodige! En van dien kant kunnen we het ook zien —gelukkig dat we het kunnen! Stel U voor, dat we over het bestaan van de zon wilden gaan redeneeren, terwijl we van oogenblik tot oogenblik leven enkel bij de gratie van de zon en er bewust of onbewust aldoor van genieten — op den dag, als we ze zien en 's nachts als we ze niet zien! En is God dan niet in veel hooger en broeder zin de Zon van ons leven — staan wij in dit leven niet enkel bij de gratie Gods? — Stel U voor, dat we wilden gaan beredeneeren, dat er een grond is, die ons draagt! En zou het dan niet nog overbodiger wezen er over te spreken, dat wij met de natuur en al wat geboren wordt, opkomen uit en gedragen blijven door dien Grond, dien we God noemen ?

Dwaas dus, vanwege de onmogelijkheid of de overbodigheid, maar in ieder geval dwaas.

Daar komt nog iets bij. Wij kunnen n.1. behoefte hebben om ons zelf van het bestaan van God rekenschap te geven. We gaan voor ons zelf peinzen en peinzen, en we zoeken naar licht. Maar zoodra we er over gaan schrijven, komt er een nieuw element bij. Zoodra we schrijven, denken wij aan anderen.

Sluiten