Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en het antwoord bleef uit. Dat vragen van al langer tijd om na te denken, kan ik mij begrijpen. Hoe meer men over het wezen Gods nadenkt, hoe meer vragen men stellen gaat en hoe meer donkerheden men vindt! Maar als dan ten slotte het antwoord uitblijven moet — is het dan niet het toppunt van dwaasheid over deze dingen te gaan spreken?

Dat wij het toch doen, dat is hierom.

Wij weten, dat er zoo ontzaglijk velen rondloopen met allerlei vragen omtrent God. Velen willen wel gelooven — maar daar zijn de bezwaren voor het denken; daar is de strijd tusschen het oude en het nieuwe wereldbeeld; daar zijn de raadselen van het menigvuldig lijden in de wereld, dat men niet kan rijmen met de liefde Gods. Het is ook vaak zoo, dat men meent niet te kunnen gelooven en feitelijk wil men niet gelooven. En nu weten wij zeker (gelijk we al herinnerden), dat we elkaar nooit door redeneering tot geloof kunnen brengen. Maar soms kunnen we wel voor elkaar enkele hindernissen wegnemen, die zich voordoen op den weg naar God. We * kunnen misschien laten gevoelen, dat het toch allerminst onredelijk is, te gelooven in een levend God. En als ons betoogen (wat toch wel niet anders kan) uitloopt in een getuigen, dan kunnen we anderen misschien iets doen vermoeden van de heerlijkheid, die in Christus over deze wereld is komen aanlichten.

Sluiten