Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvoor is nog heel iets anders noodig dan de enkele erkenning, dat er een God bestaat.

Maar zelfs tot die enkele erkenning brengen we de menschen met die oude bewijzen niet Als wij ze langs het pad van onze redeneering meenen te brengen tot het vastgestelde doel, dan gaan ze misschien juist het doel voorbij, of ze slaan vlak vóór het doel een zijpad in, dat ze minstens even begaanbaar vinden en waarlangs ze toch in heel andere richting gaan. Daarom heeft men aan die „bewijzen" wel alle waarde ontzegd. Ik meen ten onrechte. De in Duitschland zoo bekende Prof. Seeberg heeft eens geschreven: „Wie aan God gelooft, kan dit geloof „bewijzen" — maar hij kan het toch slechts bewijzen voor hen, die dit bewijs niet noodig hebben. Het bewijs is slechts den geloovigen toegankelijk, dezen alleen verstaan het." Dat is volkomen waar.

Maar toch geloof ik, dat die oude bewijzen ook de niet-geloovigen nog wel wat te zeggen hebben.

Een viertal wil ik even noemen.

Allereerst het bewijs, waarin er de nadruk op wordt gelegd, dat al het bestaande een oorzaak heeft, waardoor het ontstond. Er is niets in de wereld, dat er van zelf gekomen is. We zouden er eenvoudig om lachen, wanneer iemand van een huis of waarvan ook wilde beweren dat het „van zelf' was ontstaan. — Als dan alles in de wereld een oorzaak heeft moet dan de wereld zelf en al het tijdelijke niet ook een oorzaak hebben?

Sluiten