Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we zeggen: het is een eigenaardigheid van dat ééne volk en daarmee uit. Maar als men nu overal in een of anderen vorm godsdienst vindt, dan wijst dat toch zeker heen naar den bestaanden God, dien men zoekt. De één heeft veel meer van Zijn licht gezien dan de ander, maar ook bij de ver-afstaanden is er „een zoeken en tasten of ze Hem niet vinden mochten." Bij het algemeene Godsbesef ligt het inderdaad wel voor de hand daarin een grond te zien voor het aannemen van Gods werkelijk bestaan. Zooals het gezichtsvermogen bij mensch en dier niet alleen zin-loos, maar zelfs onmogelijk zou zijn, wanneer er geen zon was, zoo zou het vermogen tot aanbidding, het Godsdienstig besef bij de menschen zinloos en onmogelijk zijn, als er geen God was. Ja God heeft dien wonderen aanleg den mensch gegeven. Hij trekt de menschen tot zich. Het Godsbesef der volkeren is ons een bewijs voor 't bestaan van Godl

Wij noemen nog één van de z.g.n. „bewijzen". En ik wil daar graag bij verklaren, dat dit voor mij persoonlijk altijd het sterkste is geweest. Ik bedoel het argument, dat men aan het geweten ontleent. Ik behoef hier geen beschouwing over het geweten te geven en de moeilijkheden op te lossen, waarvoor wij daarbij komen te staan. We kunnen de vraag laten rusten, of het geweten beschouwd moet worden als een rechtstreeksche stem van God (als dat vast stond, dan was het bewijs al geleverd); dan of het verklaard moet worden uit allerlei tijdelijke factoren, uit de omgeving, waarin men leeft, uit de op-

Sluiten