Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als 't zóó staat, schijnt 't dat wij beter zwijgen konden. Toch geloof ik van niet!

Over het eigenaardige en de beteekenis van Gods openbaring heb ik hier niets gezegd (daarover kan misschien een volgend nummer eens handelen).

Over den persoon van Jezus heb ik tot nu toe heelemaal gezwegen (over Hem zal stellig een volgend geschrift moeten spreken).

Maar nu wil ik niet eindigen zonder te zeggen, dat de openbaring, de zelf-mededeeling van God, voor mij in Jezus haar hoogtepunt bereikt

En daarom kunnen we allen, die vragen: .is er wel een God?" en „wat hebben wij aan God?" naar Jezus henen wijzen. Als wij met Jezus in aanraking komen, dan staan wij persoon tegenover persoon. Dan voelen we, dat we ten slotte toch niet door redeneering en overpeinzing en weerlegging komen tot zekerheid. Maar: als we waarlijk met Jezus in aanraking komen, dan gaat er bij Hem een nieuwe wereld voor ons open. Wij staan in het licht Daar komt een heerlijke zekerheid in onze ziel. Wij weten dat God onze Vader wil zijn. Dan wordt er een gebed in ons hart geboren. En voor hem, die bidt ontsluit zich een wondere bron van kracht

Ook als zijn gebed misschien nog heel zwak en onvolmaakt is.

Ook als de inhoud van zijn gebed misschien nog niet anders is dan bij den man, van wie ons de verzuchting

Sluiten