Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der anti-godsdienstige propaganda", waarbij men niet moet vergeten dat we hier te doen hebben met een officiëele uitgave van het Commissariaat van Openbaar Onderwijs. 1)

■ Ï8 belangrijke werk staat woordelijk het volgende te lezen: „Wij moeten zóó optreden dat elke slag aan de traditioneele inrichting van de Kerk of aan de geestelijkheid toegebracht, een aanval zij op den godsdienst in het algemeen."

„Het zou volstrekt geen voordeel zijn, als de ontbinding van de Grieksch-Orthodoxe Kerk aan de sekten (d.i. de niet-Grieksch-Orthodoxe Kerken) ten goede kwam. Men moet regelrecht van de Orthodoxie naar het atheïsme overgaan."

Voorts: „De meest verblinden zien hoe absoluut noodzakelijk de beslissende strijd is geworden tegen den geestelijke, hij moge dan predikant, pastoor, rabbi, patriorek, mullah of paus heeten. Deze strijd moet met niet minder onverbiddelijke consequentie gevoerd worden tegen God, onverschillig of men hem Jehova, Jezus, Boeddah of Allah noeme."

Geheel in dezelfde lijn ligt deze uitspraak Tan „De God-looze" afkomstig van een officieel persoon (1): „Alle godsdiensten, alle goden zijn éénzelfde 'vergif of verdoovingsmiddel, dat zoowel den geest als den wil en het geweten in slaap wiegt: een onverbiddelijke strijd moet met alle worden aangebonden".

Waaraan wij nog deze uitspraken van Yaroslavsky (Gubelmann) toevoegen:

„Wij hebben onze Sowjet-Unie gesticht juist

') „Les problèmes et les méthodes de la propaganda anti-religieuse" Moscou 1923, éd. officielle du Gospolitprosviet (départ. du Commissariat de 1'Instr. publique) Auteur: I. Stépanoff, traducteur du Capital de Marx.

(1) Solz. in het tweede nummer van de Besbosknik, gepubliceerd door de Gospolitprosviet, een departement van het Commissariaat van Openbaar Onderwijs.

Sluiten