Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen en zouden zoo graag spreken, maar dat mogen ze niet....

***

3 Niet te vergeefs is het groote Godsoordeel over ons losgebarsten. Niet tevergeefs zijn we nog in den smeltkroes der benauwdheid. Dikwijls denk ik: „Als wij in zak en asch boete deden. Dan waren wij geholpen. Maar dat is ook niet anders dan een oorkussen van traagheid. Ieder die dit gevoelt, moet boete doen, dat zou al helpen. Het doet mij ook zoo'n leed, dat jullie nog altijd niets kunnen beginnen. Dat is ook zoo'n heel, heel moeilijk ding, en daarbij loopt men gevaar, door en door te verliederlijken....

Naar onze meening is alles hier nu wel op de spits gedreven. De ellende wordt zóó groot, dat ze niet te beschrijven is. De menschen worden „verschickt" (weggestuurd) en „ausgesiedelt" (verjaagd). Die twee uitdrukkingen beteekenen niet hetzelfde. „Verschickt" worden beteekent: in jammer en gebrek naar het Noorden verbannen worden. Duizenden zijn er al „verschickt". Die menschen' mogen wat proviand en kleeren meenemen, dan worden ze met 40 a 50 man in een wagon gestopt, de deur wordt gesloten en zoo reizen zij dan + 4 dagen, eer het portier eens geopend wordt. Water krijgen ze niet eens genoeg om hun dorst te lesschen, laat staan om te wasschen. Eten wordt hun uitgedeeld, maar niet van het hunne, dat ze meegenomen, hadden: ze krijgen een regeeringssoep. Bij zoo'n transport „verschickten" waren ook onze goede kennissen vrouw I. uit T. en vrouw U. F. Tot nu toe is er nog maar één brief aangekomen. Met de brieven doen de lui zóó: Bij een halte werpen zij die eenvoudig uit den wagon, de een of andere goede mensch ontfermt zich over hen en doet ze op de post. Zij schrijven: Wij gaan onder in ons vuil. Water krijgen we per

Sluiten