Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Verbond vermijdt zorgvuldig alles, wat zou kunnen sturen in een richting, die als het verlaten van den wettigen weg moet worden beschouwd.

Het Verbond beoogt geen partij-vorming, doch uitsluitend samenwerking van alle gezindten in een Nationaal Verbond tegen den vijand, welke ons land en volk bedreigt.

Dat met die laatste woorden ernst wordt gemaakt, bewijst de samenstelling van het Algemeen Bestuur, waarin zitting hebben: 2 Hervormden, 2 Gereformeerden, 2 Vrijzinnigen, 2 Roomsch-Katholieken en 1 Israëliet.

Het bestuur van G.G.G. wordt gevormd door de volgende heeren: Ds. T. J. Hagen, Geref. Pred. te Delft, eerste voorzitter; kap.luitenant ter zee J. Th. Furstner, tweede voorzitter; Dr. F. J. Krop, Ned. Herv. Pred. te Rotterdam, eerste secretaris; M. A. Cageling, tweede secretaris; P. C. Versloot, voorzitter van de financiëele commissie; Opperrabbijn A. B. N. Davids; Dr. A. de Graaf; P. Ravenswaay. Bij deze namen dient nog die van rector Mol te worden genoemd, daar geheel ons bestuur er op stond ook een R.K. geestelijke in ons midden te hebben; maar deze heer moest voorloopig op den achtergrond blijven, daar bij eerst toestemming van het Episcopaat moest hebben om met ons te kunnen samenwerken. Hier veroorloof ik mij een uitweiding. Men spreekt .voortdurend van Roomsche gevoeligheden. Maar kent men die van ons Protestantsche volk dan niet?

Onmiddellijk na de samenkomst in Odeon was nuj van verschillende zijden (de bladen zal ik maar niet noemen, dat is bijzaak) deze vraag ter beantwoording gegeven: „Hoe kunnen rasechte Protestanten toch met Rome samenwerken?"

In het openbaar heb ik op die vraag nog niet gereageerd. Maar nu acht ik het oogenblik daartoe gekomen. Er was geen sprake van eeltige samenwerking met Rome in kerkelijken of politieken zin, nóch op 22 September, nóch

Sluiten