Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatsen vernielde men allerwege: de huizen drong men binnen om naar Bijbels en gezangboeken te zoeken, aan hen, die niet van de dwaling huns weegs wilden afwijken, werden de kinderen ontnomen; kortom op alle manieren werden de onwilligen van staatswege gekweld. Wie niet Eoomsch wilde worden, kreeg soldaten in huis, wien alles vrijstond. Bijzonder succes hadden de Liechtensteiner dragonders: hun bijnaam „zaligmakers" duidt voldoende hun wijze van optreden aan. Zij bonden b.v. moeders vast, zoodat zij hunne zuigelingen wel hoorden of zagen schreien, maar ze — al was het dagen lang — niet verzorgen mochten, totdat zij beloofden Eoomsch te zullen worden. Bij troepen werden de ketters naar biecht en mis gedreveD; hunne pijnigers lieten zich dan nog een verklaring geven, dat de bekeerden ongedwongen en vrijwillig tot den Koomsch-Katholieken godsdienst waren teruggebracht. Een der Jezuieten beroemde zich in Bohemen 33000 Protestanten in den schoot der Kerk te hebben doen terugkeeren.

In Oostenrijk en Beieren is bij wijze van strenge bedreiging nog lang de uitdrukking gebruikt: „ik zal u Katholiek maken." En onder Protestanten zegt men nog heden ten dage bij een zware beproeving: „dat is om Eoomsch te worden." Geen wonder dat de gemeenten ten slotte van alle hulp beroofd, na onduldbaar lijden tot de Eoomsch-Katholieke Kerk overgingen en bij het nageslacht de herinnering aan het Protestantsche geloof langzamerhand werd uitgewischt. Eeuwenlang trouwens hebben in Oostenrijk de vervolgingen nog geduurd. Ik

Sluiten