Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons Oostenrijk. Vooral de goed-Roomsche, aan den Keizer getrouwe bevolking van de hoofdstad verheugt zich op het oogenblik, dat ons huis met ijzeren bezems zal schoon geveegd worden." „A bon entendeur" enz. In gelijken geest zeide de overste van een Capucijnerklooster te Murau tot een herbergierster, die hij wilde overhalen om hare zaal niet langer voor Protestantsche godsdienstoefeningen te verhuren: „er zullen spoedig betere tijden komen; onder den tookomstigen vorst zal men met de Protestanten wel anders omgaan dan thans."

Vraagt ge mij, wat met 'toog op deze dingen van de toekomst der Protestantsche beweging terecht zal komen, dan antwoord ik daarop het volgende: wij mogen goeden moed hebben en vol vertrouwen de toekomst tegenzien, wanneer maar aan de beweging voldoende stoffelijke en geestelijke hulp verleend wordt. Dan hecht zij zich onwrikbaar in den Oostenrijkschen bodem vast en is zij niet meer tegen te houden, ook als straks na den dood van den tegenwoordigen Keizer nog feller verdrukking en tegenstand mocht komen.

Maar juist dit maakt snelle, spoedige hulp gewenscht. Duitschland doet veel. De Evangelische Bund heeft reeds in de 80 hulppredikers uitgezonden, die het geheel of gedeeltelijk bekostigt. Subsidies worden zooveel mogelijk aan nieuwe gemeenten gegeven, reeds bestaande worden gesteund1); maar de middelen ontbreken vaak. Terwijl

1) Dit is vooral de taak, welke de Gust.-Adolf-vereeniging op zieh genomen heeft. Zij en de Bvang, Bund werken eensgezind samen.

Sluiten