Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling moet veel meer geprikkeld worden voor allerlei vereenigingen, voor studie en lezen, voor houtsnijwerk, voor zang en muziek, voor cursussen in hun maatschappelijk werk. Velen willen wel wat leeren, maar er is vaak geen leiding.*) Er moeten meer wedstrijden zijn, ook tusschen de Tehuizen onderling. De Tehuisbesturen moeten zorgen, dat er voor elck wat wils is. Er moeten meer illustraties zijn en boeken, meer leiding bij de spelen, meer lezingen en lichtbeeldenvoorstellingen.

En dat alles moet gebeuren, niet alleen om de militairen in hun dienstjaar wat afleiding en uitspanning te bezorgen, maar vooral ook om hun wat mee te geven voor de toekomst, voor hun beroep, voor hun huiselijk leven, voor hun arbeid in kerk, maatschappij en staat.**)

Wanneer dit echter zal gebeuren, dan moeten onze Tehuizen geheel anders worden ingericht. Ze worden beter, maar het ideaal hebben ze nog in lange niet bereikt. Bij de meeste ontbreekt de tuin geheel of bijna geheel. Terwijl juist een zeer groote tuin een vereischte is. De zaal is vaak een rookhol, zonder den noodzakelijken electrische ventilator; terwijl heel den avond, vooral in een druk Tehuis, er een gegons v3n stemmen en een leven is, dat alle huiselijkheid zoek raakt. Het is te verstaan, dat fijner besnaarde naturen het niet avond aan avond in zulk een zaal kunnen uit-

*) Ik heb, om iets te noemen, dikwijls een soldaat opgemerkt, die thuis geen orgel had en nu graag op het orgel wilde leeren spelen. Vader of moeder of de andere bezoekers keken echter zuinig, als hij met ongeoefende handen aan den gang ging. Niemand gaf hem leiding. En hij leerde het dus niet. En nu is dit wel een kleinigheid, maar toch, hoeveel mannen zouden, indien' ze in diensttijd het spelen geleerd hadden, later een orgel hebben opgespaard, en hoeveel huisgezinnen zouden aan gezelligheid hebben gewonnen.

**) Door één der debaters werd de opmerking gemaakt, dat de meeste militairen liever den avond doorbrengen met praten en rustig bij de kachel zitten, dan met gewichtige dingen. Ze willen 's avonds hun hart uitstorten voor hun vrienden over een onrecht, dat ze overdag hebben ondervonden, over een luitenant, die weer uit z'n humeur was, enz. En ook willen ze praten over hun thuis en over wat daar omgaat.

Deze opmerking is volkomen juist Wanneer een huisvader meent, dat hij wel een keer of drie per week een lezing of preek moet doen houden voor de bezoekers, wordt hij in de uitkomst teleurgesteld. Ze loopen hem weg. Daarvoor zijn die jonge mannen niet geschikt. De meesten zijn niet graag zoo gewichtig bezig.

Maar dat wil niet zeggen, dat er niet voor ieder iets te vinden is, waarin hi] belang stelt, en waarmee hij z'n tijd aangenaam en nuttig kan doorbrengen. De groote fout is, dat allen te veel over één kam worden geschoren, en dat er niet genoeg leiding is. Ik heb het dikwijls ondervonden, dat een militair, die avond aan avond z'n tijd zat te versuffen, door een kleine opwekking het schaken ging leeren, met houtsnijwerk begon of een cursus ging bijwonen.

Sluiten