Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezonden voor een groote bijeenkomst, 't volgende jaar in Augustus te houden. Het resultaat was de reeds vermelde conferentie. Daar werd toen eigenlijk de Evangelische Alliantie geconstitueerd. En als wij heden nagaan wat toen is vastgesteld, dan verbazen wij ons over de geestdrift en de krachten die deze conferentie heeft gekenmerkt.

b. De grondslag der Alliantie

Voornametyk in twee stukken van blijvende beteekenis, heeft men eenstemmigheid verkregen. En deze eenstemmigheid is zóó soliede geweest, dat in de 91 jaren, die sedert verstreken zijn, de basis, die toen gelegd is, dezelfde gebleven is. Toch was het in die dagen misschien moeilijker dan nu, zulk een basis te leggen; als men alleen maar in aanmerking neemt, de zeer weinige kennis, die men toen in 't algemeen had van geloofsinstellingen en godsdienstige vormen van andere Christenen. De twee stukken, waarover men toen tot eenstemmigheid gekomen is, waren deze:

1°. Men heeft uitdrukkelijk verklaard dat men geen ineensmelting van de verschillende kerketyke belijdenissen bedoelde, maar dat men geloofde dat allen die „in Christus" zijn, één waren in den diepsten zin des woords; en dat derhalve alle verschil in geloofsformuleering verder geen scheiding brengen kon en mocht. Men heeft niet willen zoeken naar een grootste gemeene deeler of naar een kleinste gemeene veelvoud van de diverse Confessies; men heeft al de verschillen aanvaardende en in hun waarde latende, nochtans geloofd in de mogelijkheid en de plicht elkander als broeders te erkennen. Men heeft niet de kerken willen vereenigen, maar de menschen ; en de eenheid willen beleven vóór men haar beleed.

2°. Doch al wilde men niet de geloofsbelijdenissen in het geding betrekken en al wilde men nog minder iemand de broederhand weigeren, omdat hij niet in het een of ander confessiepunt kon meegaan, aan de andere kant diende er toch een zeker gemeen accoord te zijn, betreffende de vraag, wat men onder een evangelisch christen moest verstaan. Omdat men een vereeniging wilde zijn van geloovige menschen, moest men een zekere omheining maken, opdat ieder zou kunnen weten, of hij er binnen of buiten zou vallen. Zoo kwam men tot de vaststelling van negen punten, waardoor de positie der Alliantie werd bepaald. Zij waren de volgende: de goddelijke ingeving, autoriteit en genoegzaamheid der H. Schrift; het recht en de plicht van den enkelen geloovige, naar eigen inzicht, de Schrift uit te leggen; de éénheid der

Sluiten