Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling toonde, er waren toen 1252 evangelische Christenen uit verschillende landen bijeen); in 1861 te Genève, de stad van Calvijn; daarop volgde in 1867 Amsterdam. Voordat deze conferentie werd gehouden, bestond er in Nederland nog geen zelfstandige afdeeling der Alliantie. Wel hadden verschillende vooraanstaande Nederlandsche Christenen met de beweging voeling gehouden en de reeds gehouden conferenties bezocht, maar het was nog niet gekomen tot de oprichting eener landelijke afdeeling. Dr. A. Capadoze, die met anderen de conferentie van Genève bezocht had, wenschte zeer, dat de volgende in Nederland zou worden gehouden; doch men begreep dat men dan eerst, zoo niet een afdeeling, dan toch een comité moest vormen in den geest der Alliantie, door hetwelk de voorbereidende werkzaamheden zouden kunnen worden gedaan. Dit comité kwam tot stand, o.m. onder medewerking van den bekenden Nederlandschen Staatsman Groen van Prinsterer; doch gemakkelijk ging het niet. Nederland, het land der vele kerken, bracht vele moeilijkheden. Het einde van lange overleggingen, waarbij helaas ook misverstand niet steeds kon worden vermeden, was dit, dat de basis der Londensche conferentie van 1846 werd aanvaard. Er werd echter een verklaring aan toegevoegd, die de geest der Nederlandsche Christenheid van die dagen kenmerkte en waarvan de hoofdzaak dit was: dat men „met erkenning van het Evangelisch karakter der in het buitenland aangenomen formules, als Nederlanders (voor het grootstse deel leden der Ned. Herv. Kerk) gehecht was aan de belijdenis dier Kerk, in haar nationaal en historisch karakter." Dat hiermede echter geen exclusivisme, maar juist het tegendeel werd beoogd, blijkt (en dit is wel echt in de geest der Alliantie) uit de bijvoeging, waarin o.m. stond: „Staande op dien echt reformatorischen, maar tevens waarachtigen Katholieken grondslag, erkennend het Evangelisch karakter van alle kerkgenootschappen der Reformatie, niet angstig vastklemmend aan dogmatische begrippen, maar steunend op een levend, historisch geloof, wenschen wij van ons standpunt uit het onbetwistbaar recht te doen gelden van nationaliteit en persoonlijkheid, ook op Christelijk gebied; en reiken wij de hand aan allen, die met ons Jezus van Nazareth belijden als den Christus Gods, den Zaligmaker der wereld en zich met ons willen vereenigen rondom het Kruis des Verlossers als het teeken, waarin de waarachtig levende Gemeente in het einde zal zegevieren."

Niet alleen omdat het niet gemakkelijk was het onmiddellijk over de grondslag eens te worden, ook de geweldige voor-

Sluiten