Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gemeenschap der heiligen", geen zinledige frase is, maar dat d aarmee wordt aangeduid een heerlijke mogelijkheid die werkelijkheid kan en moet worden. En zoolang hieraan bij oas nog zooveel ontbreekt, zal de Alliantie haar taak in ons midden niet hebben vervuld en dus niet kunnen beëindigen;

doch wij komen op dit punt in het derde deel van dit

geschrift nog terug.

Gelijk reeds gezegd is, was de arbeid der Alliantie in ons vaderland beperkt; soms leek hij kwijnend. Ja, er is zelfs een tijd geweest dat hij voorgoed scheen opgeheven te zullen worden. Er zijn jaren geweest dat de vereeniging practisch niet meer bestond. Dit duistere tijdperk in haar geschiedenis heeft geduurd van ongeveer 1900—1907. De groote verontwaardiging, die de overweldiging van het volk van Nederlandsche stam in de Boerenoorlog door Engeland, eigenlijk overal in Centraal Europa, maar in 't bijzonder in ons land, wekte, maakte dat men met Engeland geen verbinding meer wenschte! Het contact met de Londensche moederafdeeling werd toen ook losgelaten, vooral om dit zoo teleurstellende feit, dat het Engelsche hoofdbestuur der Alliantie hardnekkig weigerde, bij eigen regeering aan te dringen op een wijziging in haar houding, ten gunste in Z.-Afrika. Eenige jaren was toen de Alliantie in ons vaderland als verdwenen; doch gelukkig is dit niet zoo gebleven. Er waren enkelen die, geheel persoonlijk, met Londen contact bleven houden. En toen men nu daar in 1907 zich opmaakte om het 60 Jarig bestaan der Alliantie luisterrijk te vieren, trokken ook eenige Nederlanders daarheen. Dit gaf een stoot tot wederopleving der Nederlandsche afdeeling, die in 1907 te Utrecht, aanvankelijk met 56 leden, opnieuw werd geconstitueerd. Zoo zal men begrijpen dat in het vermelde eerste statutenartikel wordt gezegd: „en te Utrecht in het jaar 1907 vernieuwd." Sindsdien heeft de afdeeling rustig haar bestaan geleid en haar bescheiden taak vervuld. Het ledental is momenteel vrij groot en bedraagt ± 1400; in de laatste jaren is het, mede als gevolg van enkele goed geslaagde conferenties, zelfs niet onbelangrijk gestegen.

d. Wat de Alliantie deed

Tot nn toe werd, in slechts enkele lijnen, de geschiedenis der Alliantie weergegeven. Doch wat wij meedeelden, zou al heel onvolledig zijn, als wij naast het uitwendige gebeuren ook niet iets vertelden van het eigenlijke werk dat de Alliantie heeft kunnen verrichten. Op pag. 5 van dit boekje schreven wij, dat zij het niet als haar taak kon beschouwen te spreken

Sluiten