Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beteekent dit, dat aan het afzonderlijk volksbestaan tegelijk een vloek en een zegen verbonden zijn, dat ook deze straf tot een zegen kan worden, dat ons in beginsel problematisch volksbestaan ook als zoodanig open staat voor Zijn genade.

De Bijbel rekent dan ook met het volksbestaan als zoodanig. De individueele kenmerken en eigenschappen van een volk worden er dikwijls voorgesteld als gegrond op een bijzonderen zegen, die niet alleen dankbare aanvaarding, maar ook goed beheer vereischt. Jacob gaf al zijn zonen zulk een bijzonderen zegen, en daarmede moet een volk woekeren als met zijn talenten. Het volk Israël moet voortdurend worden herinnerd aan de verplichtingen, die uit zijn zegen, het verbond met God, voortvloeien; het gaat daarbij in laatste instantie om de heilsgeschiedenis, welke in het bijzonder aan dit volk was toevertrouwd, maar het is daarbij niet zonder beteekenis, dat een volk als zoodanig aan zijn roeping, het beheer van het hem toevertrouwde talent, wordt herinnerd. Telkens weer wordt in den Bijbel het volk als zoodanig onder een gebod Gods gesteld, de zegen mag niet verloren gaan en daartoe wordt het volksgeheel opgeroepen.

Nu had volgens het christelijke geloof het volk Israël een zeer bijzondere roeping, welke het van alle andere volken ter wereld onderscheidde, en welke in het Nieuwe Testament op de Kerk van Christus is overgegaan. Sedertdien heeft geen enkel volk meer een bijzondere goddelijke zending te vervullen, of het moest nog het volk Israël zijn juist in zijn vernedering; het Evangelie is echter voor alle volken en niet meer aan één daarvan toevertrouwd. Dit neemt echter niet weg, dat in het Oude Testament volken als personen worden toegesproken, dat menschen in hun volksbestaan worden gevloekt of gezegend, dat dus aan het volksbestaan als zoodanig een beteekenis wordt toegekend. Als Abraham na zijn bereidheid tot het offer gezegend wordt, wordt hem verkondigd: In uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde (Gen. 22:18). Het volk van Israël is als uitverkoren volk het volk bij uitnemendheid, doch juist in deze uitverkiezing worden ook de andere volken als volken door God toegesproken. Ook van Ismaël heet het, dat God hem tot een groot volk zal maken (Gen. 21 : 18). Voor het Oude Testament is niet de individueele mensch, maar de mensch met zijn voorzaten en nakomelingschap, het volk dus, centrum dezer

Sluiten