Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze zusterkerk, de Duitsche Evangelische Kerk, maakt een ontzaglijke crisis door. We kunnen die crisis niet noemen, zonder te denken aan de „geloofsbeweging der Duitsche Christenen". Zij was het, die aandrong op vereeniging van de vele landkerken in Duitschland, op een volledige verandering van den regeeringsvorm, op het tijdelijk ingrijpen van een regeeringscommissaris. Zij wist in de verkiezingen een verpletterende meerderheid te behalen in de meeste streken van het land. Zij zette in de Synode der Pruisische Kerk zonder overleg met de oppositie de Ariërparagraaf door. Zij stelde den 15en November in een vergadering van 20.000 deelnemers in 't Sportpaleis te Berlijn nog veel sterkere eischen, o.a. terzijdestelling van 't Oude Testament en van een groot deel van 't Nieuwe Testament, vervanging van de leer van de dienstknechtgestalte door die van de heldengestalte. Dat leidde tot ontzaglijke verontwaardiging in verschillende deelen van 't Rijk, tot een groote scheuring, en de Rijksbisschop Müller, die uit haar midden was voortgekomen, moest het beschermheerschap van die partij neerleggen.

Het is voor een buitenstaander moeilijk, dat alles te begrijpen. En toch is deze beweging van groot belang voor heel de Christelijke Kerk. Ze stelt talrijke vragen aan de orde. We zullen ze moeten nagaan in haar oorsprong; we zullen de bewegingen moeten kennen, die er achter zitten, in 't bijzonder die der „Deutschkirche", van welke zij zich eerst beslist wilde onderscheiden; we zullen ook moeten zien hetgeen tegen haar ingebracht werd. Daarbij valt ons oog vanzelf op den man, die volgens vrienden en vijanden haar meest besliste tegenstander is, den bekenden gereformeerden theoloog Karl Barth, die positie tegen haar neemt in zijn serie brochures „Theologische Existenz heute".

Sluiten