Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Duitsche natie als lastige doorn in het vleesch zit.

Vindt De Lagarde bij Paulus nog iets goeds, niets dan kwaads zegt hij over Luther. Met grimmigen haat bestookt hij dien hervormer. Hij weigerde in 1883 aan de feestelijke herdenking van Luther's geboorte deel te nemen. Zelfs als Bijbelvertaler en dichter van kerkliederen kan hij Luther niet waardeeren. „Luther hat durch seine Demagogie die Bar bar ei über Deutschland gebracht." 't Is voor hem „der grobe, jeder Selbstbeherrschung bare, keifende, auf seine zwei Nagelschuhe beschrankte Luther". 't Heele Protestantisme is voor hem veel ondragelijker dan het Rooms ch-Katholicisme. Doch ziet zijn scherp oog den afstand tusschen het Protestantisme van zijn tijd en dien van Luther; hij merkt het gemis van de leer der Rechtvaardiging in de dogmatieken van zijn tijd. Aan die leer der Rechtvaardiging verwijt hij de verachting der ethiek. Deze man wordt door verschillenden heden als „deutscher Prophet" geëerd.

Zoodanige theorieën hebben uitwerking gehad naar verschillende zijden. Sommigen hebben geheel met het Christendom gebroken. Reeds vóór een tiental jaren waren er onder de fanatiek nationaalgezinden vereerders van Wodan in plaats van Christus. Mathilde Ludendorff, tweede vrouw van den bekenden veldmaarschalk, stempelde den Arischen, vooral den Noordschen mensen tot een goddelijk wezen, beweerde de volledige afhankelijkheid van het goede, dat ze nog in 't Christendom geliefde te vinden, van de oudIndische, Arische wijsheid. Dat die „Indische Ariërs" volstrekt het dooden van eenig levend wezen afkeurden en dus eigenlijk consequente pacifisten waren, schijnt aan de aandacht der echtgenoote van den grooten generaal te zijn ontgaan. Heel haar geschrijf over dat punt berustte op een werk van een fantaseerenden, Duitschland hatenden Franschman! Maar de Duitscher is over 't algemeen toch nog te zeer aan Kerk en Christendom gehecht dan dat die radicale strooming, hoewel ze onder de studenten velen meesleepte, de massa zou bereiken. Binnen het kader der Kerk wilde blijven een groep, die zich de Duitsch-kerkelijke „Bundfür Deutsche Kirchen" noemde. Hier treden op den voorgrond namen als Niedlich, Bublitz en Gerotinhauer. In een artikel in „Zwischen den Zeiten" uit 1931 (Heft 5, S. 421 ff.) van Gerhard Gloege worden hun beginselen nader beschreven, vooral hun Christologie; immers het antwoord op de vraag:

Sluiten