Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kinderen, met onze stad en ons land en ons volk, doe Gij met ons naar Uw welbehagen!

En dan zeg ik tot U allen en tot mij zelf nu aan het einde, dat de tijd voorts kort is, opdat wij soberheid zullen leeren, soberheid in het stoffelijke en soberheid in het geestelijke, opdat wij zullen leeren leven sola fide, door het ieloof alleen.

Ja, de tijd is voorts kort, Daarom moeten voor den tijd, die nog rest, zij die getrouwd zijn, zijn alsof zij niet getrouwd waren en die weenen, alsof zij niet weenen en die blij zijn, alsof zij niet blij zijn en die koopen, alsof zij niets bezitten, kortom, die deze wereld gebruiken, alsof zi er\w geheel geen gebruik van maken.

Want de gedaante dezer wereld gaat voorbij en God wil °tnSxr ,®ïen* , wij niet kunnen leven van ons bezit, noch stoffelijk, noch geestelijk, maar alleen van Zijn genade in Jezus Christus.

Laat de crisis dan nog feller worden, wij leeren gerechtigheid en wij weten, dat wij toch niet enkel den chaos tegemoet gaan. Wij gaan God tegemoet en Zijn Koninkrijk, £ijn eeuwig onbewegelijk Koninkrijk.

Gij staat mij toe, nu aan het einde, een enkel persoonlijk woord te zeggen, een persoonlijk woord, omdat mijn preek van dezen avond een intreepreek is, een enkel woord omdat mijn intreepreek voor de radio wordt uitgesproken.

Broeders en Zusters van Amsterdam-Zuid, het is de tweede maal, dat ik tot U kom. Wij zijn dus geen vreemden voor elkaar. Gij kent mij en ik ken U. Van harte hoop ik, dat wij beiden — mijn vrouw en ik — onder U de plaats mogen ontvangen, die Gij ons een vorig maal met zooveel heide gegeven hebt. Een program van actie heb ik niet Laten wij samen werken, om onze kerk te bouwen en God

m?^ l , tot een bouwen aan Zijn koninkrijk.

Met blijdschap komen wij naar Amsterdam

Sluiten