Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor dat ook het waken, het vasten, het zich terugtrekken in de eenzaamheid, al te maal dingen die op zichzelf zedelijk neutraal zijn, daaraan hun beteekenis ontleenen, doordat ze in bepaalde gevallen, voor bepaalde menschen, noodig kunnen zijn om de ziel te verlossen van het vele en haar in te leiden in het ééne, de aanraking met Jezus.

Nu komen wij tot een punt dat zich heel moeilijk voor algemeene behandeling leent: den omgang met anderen. Het is eigenaardig hoeveel de omgang met andere menschen inwerkt op onze geestelijke gesteldheid. Vele van de knoopen waarin we innerlijk verwikkeld zitten, hangen samen met moeilijkheden in onzen omgang met medemenschen. Dat is een heel nuchtere levenswaarheid, die toch zeer moeilijk practisch te verwerken is. Als regel geldt het van het geestelijk leven zoo: wij zijn even dicht bij Christus als wij zijn bij onze medemenschen, wij zijn even dicht bij onze medemenschen als wij zijn bij Hem. In alle geval bestaat er een zeer ftjnl verband tusschen onze verhouding tot Hem en die tot onze medemenschen, en met name onze medegeloovigen.

Daarom laat zich zooveel practische wijsheid van zielszorg samenvatten in deze eenvoudige stelling: maak de baan tot den Christus vrij, door u los te rukken uit de verwikkelingen met de menschen. Christus zelf heeft het nog weer veel concreter gezegd in dat machtige woord: zoo gij uw gave wilt offeren op het altaar en staande voor het altaar u herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft, laat daar uw gave voor het altaar, en ga heen, verzoen u eerst met uw broeder, en kom dan en offer uw gave (Matth. 5 : 23, 24). Heel veel vrome, godsdienstige, welmeenende menschen, hebben deze regel vergeten, tot onnoemelijke schade voor hun eigen geloofsleven. Ge kunt den grooten Zaligmaker niet zien, wanneer er in uw hart leven allerlei doornige en venijnige gevoelens ten opzichte van uw broeder of zuster.

Kan de omgang met menschen eenerzijds soms tot groote schade zijn voor de gezondheid van ons geestelijk leven, er kan andererzijds ook weer groote zegen van uit gaan. Geestelijk leven gedijt op den duur niet in de eenzaamheid, het heeft gemeenschap noodig. Deze gemeenschap kan in allerlei vormen gevonden worden. Het gezamenlijk in een kerkgebouw hooren, bidden.

De omgang.

Goed* omgang.

Sluiten