Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft er zich over verwonderd welk een s'room van blijdschap dan door de ziel kan gaan, alleen omdat ze iets gedaan heeft uit liefde tot Jezus.

Bij al deze dingen is het noodig dat een mensch zichzelf went aan tucht. Laat u niet gaan op den onwillekeurigen golfslag van uw geneigdheden en geaardheden, het kan Gods wil wel eens wezen dat ge dingen doet die lijnrecht tegen uw geneigdheid ingaan.

Tot nu toe hebben wij weinig gespróken over het werk des Heiligen Geestes. Niet omdat we dat werk des Heiligen Geestes gering zouden achten, maar alleen omdat de Heilige Geest in het algemeen van Zichzelf afwerkt, ons naar Christus toedrijft en onze oogen voor Hem opent (Joh. 16 : 14). Hij werkt in het verborgen, Hij wil het als het ware zelf niet dat we veel over Hem spreken, maar Hij wil dat we veel over Jezus spreken. Daarom hebben wij tot nu toe weinig gewezen op de kracht des Heiligen Geestes.

Maar nu wij aan het einde zijn van onze onderzoekingen, is het noodig dat wij ons een oogenblik rekenschap geven van wat Hij doet. De Christenen uit den ouden tijd droegen dit als een onwrikbare zekerheid in zich, dat ze geleid werden door den Heiligen Geest die in hen woonde. Dat was hun een dagelijksche steun en daardoor waren ze ook veel sterker in de zelftucht en in den strijd tegen de wereld.

Welnu, op diezelfde wijze hebben wij het noodig er telkens weer bij bepaald te worden, dat die Geest ook in ons woont, indien wij waarlijk in Christus gelooven. Die inwoning des Geestes is ook een zaak van geloof, maar wanneer wij daarop vertrouwen en dat geloovig aanvaarden, zullen wij bemerken dat Hij in onze ziel krachten ontketenen wil, waarvan wij te voren geen vermoeden hadden. De tobbende ziel van den bekommerden geloovige beseft het ntet dat er een Licht in haar brandt dat nooit wordt uitgebluscht. In de zielszorg aan eigen ziel staan wij niet alleen, maar de Geest in ons is er mee bezig. Hij bidt voor ons. Hij getuigt met onzen geest dat wij kinderen Gods zijn. Hij leidt ons. Wanneer wij dat weinig bemerken is de oorzaak veelal, dat wij Hem hebben weerstaan (Handel. 7 :51) of bedroefd (Efeze 4 :30). Wij laten ons niet door Hem leiden, wij laten onze oogen niet door Hem openen.

Hel werk des Heiligen Geestes.

Sluiten