Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«diepsten rouw gedompeld; en weldra zal zij het geheele Vaderhand en diens Protestanfsche Kerk met de gansche geleerde Weit reld in hare, zoo regtraatige droefheid zien deelen. Want den »zde dezer ontsliep, na eene korte, zeer hevige ziekte van wei»nige dagen, in zijn zestigste levensjaar, herman johan royaards, uDoctor en Hoogleeraar der Godgeleerdheid aan deze Hooge»school, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw, »Commandeur der Orde van de Eikenkroon, mitsgaders, tot »aan de ontbinding dier Instelling, Lid van het Koninklijke, »Nederlandsche Instituut van Kunsten en Wetenschappen, »enz. Maar geene vergankelijke eeretiiels vereerden hem zoo «zeer, als de zeldzame gaven van zijn verstand en hart; als zijne «uitgebreide geleerdheid en onvermoeid werkzame ijver en liefde «voor de Christelijke Kerk, aan wier belangen hij al de krachten van zijn leven, ten einde toe, bleef wijden.

»Te Utrecht, den derden October 1794 geboren, leide hij «zich aldaar van jongs aan op alles toe, wat hem voor den dienst «der Wetenschappen en bijzonder der Kerk vormen en voorbe»reiden kon. Als Student, was hij niet slechts de kweekeling «van zijn' onvergetelijken Vader, den Hoogleeraar hermannüs «royaards en diens Godgeleerde Ambtgenooten; maar inzonderheid ook van den vermaarden van heusde , wiens geest men in «waarheid zeggen mogt, dat op hem was overgegaan. Intusschen «handhaafde hij, aan niemand verslaafd, zoo op het gebied der Ge«schiedenis en der Godgeleerdheid, als op elk ander veld van wettenschap , steeds zijne eigene zelfstandigheid en onafhankelijkheid. «Den 12den Maart 1818, werd zijn, met hoogen lof bekroonde,

Sluiten