Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den (i). Mogten slechts onze pogingen, met die van elders werkende Ambtgenooten vereenigd, door den Heer der Gemeente begunstigd en gezegend, eenigzms dienstbaar bevonden worden om hare verdere scheuring voor te komen!

Het behoeft aan den billijken Lezer naauwelijks gezegd te worden, dat zeer groote en wijd strekkende diensten, aan de Gemeente van Christus en aan de Wetenschap bewezen, in eene kerkelijke rede niet dan hoogst onvolkomen vermeld konden worden. Ik blijf dm steeds de hoop voeden, dat de voortzetting van een, onlangs aangevangen Latijnsch werk mij de gewenschte gelegenheid verschaffen zal om die diensten althans eenigzms meer in het licht te stellen (2). Want, poogde ik vroeger en later vele Geleerden, onder welke sommige van mijne denkwijze verre verwijderd waren, m de herinnering onzer tijdgenooten naar vermogen terug te roepen; niemands nagedachtenis heeft op mijne zwakke hulde regtmatiger aanspraak, dan die van den edelen Man, met wien de gunstige Voorzienigheid mij door zoo vele banden vereenigd had. Maar altijd menigvuldige en thans verdubbelde bezigheden maken het tijdstip, waarop aan den gezegden wensch van mijn hart voldaan zal kunnen worden, geheel onzeker. Daarom oordeelde ik te meer het weinige, dat de tegenwoordige omstandigheden mij vergunden, niet te moeten nalaten.

(1) Zoodanige, als van oudsher Tkeologi Irenici genoemd werden.

(2) Indien de God mijner goedertierenheid mij vergunt een tweede Stuk der Chartae theol. uit te geven j zal voorzeker de vermelding van botaards daarin niet de laatste plaats beslaan.

Sluiten