Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De leerrede vindt men hier hoofdzakelijk wedergegeven, zoo als die, in de Domkerk, d. 22 Januari; j. I., uitgesproken werd. Want toen predikte ik voor het eerst, nadat wij het onherstelbare verlies ondergaan hadden. Zij is intussehen, bij het overschrijven voor de pers, hier en daar een weinig uitgebreid. Dit diene om eene bedenking voor te komen.

Deze en die kleine aanteekening, die men aan den voet der bladzijden geplaatst vindt, strekt om eenige in de leerrede aangestipte bijzonderheden eenigzins op te helderen of aan te vullen. Ook dacht ik aan Lezers, die, schoon niet tot den eigenlijken stand der Geleerden behoorende, echter in de Geschiedenis der Kerk geene vreemdelingen wenschen te blijven, en aan allen, die op de stichting van hun gemoed betamelijken prijs stellen, geen' ondienst te zullen doen, zoo ik hen op eenige uit den rijken schat van 's Hoogleeraars schriften opmerkzaam maakte, die, om verschillende redenen, ook door hen verdienen gelezen of herlezen te worden. Elders zullen door mij of door anderen, die tot de bovengenoemde taak nog veel meer bevoegd zijn, de overige behoor en vermeld te worden.

Moge intusschen de leerrede, die met diepe aandoening uitgesproken en aangehoord werd, voor hare gebreken gunstige verschooning, voor hare nuttige herinneringeu geopende ooren en harten vinden! Daartoe bidden wij, ook over deze geringe poging, den zegen des Allerhoogsten nederig af.

UTRECHT,

den 4a™ February 1854.

Sluiten