Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den dag of in slapelooze nachten, de gedachten van het overgroote verlies, dat wij daardoor geleden hadden, af te trekken en te verwijderen. En wien Uwer zal dit bevreemden, die eenigermate weet, door hoe naauwe ambtsbetrekking verbonden, in hoe ongeschokte vriendschap vereenigd, wij, gedurende eene lange reeks van jaren, broederlijk aan elkanders zijde stonden? — Dan ik mag aan deze heilige plaats mijner aandoeningen den teugel niet vieren. Mijn verlies, hoe groot ook, is slechts kortstondig: want, zal hij niet tot ons wederkeer en, ik zal, wie weet hoe spoedig? tot hem gaan. Maar onze dierbare Vriend en Voorganger royaards (niet zonder aandoening kan ik zijnen naam uitspreken) was door God zeiven als eene lichtende fakkel onder ons geplaatst, in heiligen ijver voor het Godsrijk en vurig verlangen om, zoo lang hij konde, van Christus te getuigen, den Dooper niet ongelijk. En wij hadden gehoopt in zijn licht ons nog lang te zullen mogen verblijden. Daarom treure de gansche Gemeente bij zijn naauwelijks gesloten graf. En zij hoore ons, met vernieuwde en innige deelneming, als wij, daarhenen het oog wendende, uit een bewogen hart, haar nogmaals opwekken: Gedenkt uwer Voorgangeren, die U het woord Gods gesproken hebben, en volgt hun geloof na, de uitkomst hunner wandeling aanschouwende (1).

(1) Hebr. XIII: 7. — Daarop volgt onmiddellijk, in het volgende vers, de bekende uitspraak: jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid. Deze plaats koos de Hoogleeraar al aanstonds ter behandeling, toen hij, ten jare 1823, voor het allereerst als Ahademieprediker optrad. Zóó verlangde ook hij, gelijk wij boven joannes hoorden doen, van Christus getuigenis te geven.

Sluiten