Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit gewaad des Woords op u is toegetreden. Gij moet niet alleen vragen, öf er gelezen is en aan de schuldige plicht voldaan. Gods Woord vraagt nooit plicht-plegingen. Het wil uw aandacht, uw persoon, uw hart. Niet enkel uw intellect moet er mee bezig zijn, maar Gods stem moet in uw ziel weerklank vinden. Anders zegent het niet en kan uw lezen met allerlei zonden rustig gepaard gaan.

Gij kunt dat het best bemerken aan uw gebed na die bijbellezing. Omdat de Farizeër zoo uitwendig alleen de Schrift onderzocht, bad hij ook zóó, als Jezus ons dat teekent. Hij brengt de heele wereld der zondaren op een verkeerde manier mee in zijn gebed, de dieven en moordenaars en echtbrekers en vergelijkt zich met hen en prijst dan zijn eigen deugdzaamheid. Maar hij treedt niet voor God en spreekt niet tot Hem, omdat hij Hem in zijn Woord niet tot zich heeft laten spreken.

Hij onderzocht de Schriften, maar vond Christus daar niet in, terwijl toch héél dat Oude Testament één verwachting, één verlangen, één uitzien is naar de vervulling der beloften Gods, naar zijn komen en spreken in Christus.

Het O.T. Jezus' dagboek.

Zóó las Jezus Zelf dat Oude Testament. Jezus heeft immers zijn kennis van den Vader en van zijn eigen levensgang niet door nadenken alleen verkregen of uit scheppende intuïtie, maar uit de oude geschriften door God aan de vaderen geschonken. Hij hoorde de Schriften als kind en jongeling eiken babbath in de synagoge lezen, maar heeft ze ongetwijfeld ook in de eenzaamheid persoonlijk doorzocht. Zij waren Hem aldoor het persoonlijk spreken van den Vader tot Hem over zijn levensweg. Het was zijn dagboek, zijn spijs. Hij voedde Zich ermee van dag tot dag. Hij nam het in Zich op, en 't werd zóó werkelijk één met Hem, dat in de doodsnood van Golgotha, als zijn diepste aeleangst zich uit, de letterlijke woorden van de Schrift over Zijn lippen kwamen: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

Wanneer de verzoeker op Jezus aankomt in de woestijn, en Hij uitgeput door den honger tegen hem al zijn geestkracht spannen moet, slaat Hij hem af met woorden uit de Schriften. Die woorden zijn voor Jezus 't einde van alle tegenspraak. Dat Woord beslist, en Hij weet, dat ook Satan daarvoor wiiken moet.

Als jongen zocht Hij in den tempel de plaats, waar de groote leeraren van Israël de Schriften bespraken en Hij luisterde toe en vroeg na. Aldoor heeft Hij in zijn leven geluisterd en Gods Woord gevraagd, en zóó eigen lévensgang uit de Schriften afgelezen. Als Hij na zijn opstanding de discipelen

Sluiten