Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons hart spreekt. Sommige deelen spreken veel meer alleen tot ons verstand of verrijken ons practisch levensinzicht (b.v. Spreuken). Ons belijden is breeder dan ons beleven en de bijbel veel rijker aan inhoud dan wij ooit geheel ervaren kunnen.

Men make dus wel onderscheid ook naar de leeftijd der kinderen, maar leze zoo mogelijk héél den bijbel, alleen met uitzondering van die gedeelten, die zich werkelijk voor voorlezing in 't gezin niet leenen. Het gezinshoofd moet hier leiding kunnen geven, doordat hij den bijbel kent.

Scheurkalenders en Dagboeken.

Hij leze liefst den bijbel zelf en toch geen scheurkalender of dagboek alleen. Er zijn maar enkele van deze die m.i. goed zijn en werkelijk leiding aan het bijbellezen geven, doordat zij enkel het gelezene verduidelijken en nog meer direct laten spreken. Maar ook als deze in de huiskamers gelezen worden zijn er nog gezinnen te over, waar alleen 't ééne vers boven het scheurkalenderblaadje of de bladzij van 't dagboek gelezen wordt met het stichtende stukje eronder, en de bijbel dezen morgen verder dicht blijft. Men loopt dan gev{ ai zich meer met het menschen-woord dan met Gods Woord te voeden en krijgt geen gewenning aan den bijbel bij de kinderen. En al vermijdt men dit euvel, dan „blijft nog", zegt Dr. M. van Rhijn zeer terecht, „het bezwaar dat zij in veel minder klassieken vorm weergeven, wat in de voor alle eeuwen gestempelden inhoud van den bijbel zelf op oneindig grootscher wijze onder woorden is gebracht. Er is geen enkel boek ter wereld, dat de lectuur van den bijbel zelf op ook maar eenigszins bevredigende wijze kan vervangen. Men leze dus liefst den bijbel zelf."

Kinderbijbels.

Bij kleine kinderen kan men heel goed gebruik maken van een kinder-bijbel. Maar men doe dit toch liever niet meer dan éénmaal per dag en brenge hen dan ook dadelijk met den „echten" bijbel in aanraking. Een al te kinderlijke trant vermij de men daarbij bovendien. Het kind wil er niet graag aldoor aan herinnerd worden, dat het nog zoo klein is. En men late door het regelmatig gebruik van een kinderbijbel het persoonlijk vertellen van de bijbelsche geschiedenissen door de moeder of vader aan de kleintjes toch nooit gebeel na. Als de kinderen verder zoo rondom de tien jaar komen, zal men bemerken, welk een groote zeggingskracht de statige en gedragen stijl van onzen Statenbijbel voor hen heeft, en men onthoude hen die dan zeker niet. Alles komt ook hier weer aan op de bijbelkennis der ouders, die den bijbel op de juiste toon moeten weten

Sluiten