Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een mensen, dus waarom zou hij ook niet angstig zijn geweest? Niettemin is reeds het eerste, wat hij zegt, vol van de oordeelen Gods. Hij spreekt van heidenen, en van ijdelheid. Had hij niet meer gekend dan onze zeer begrijpelijke menschelijke gevoelens in dagen van groote spanning — zijn lied zou misschien bewaard gebleven zijn, maar zeker niet in het Psalmboek. Wie zoo spreekt en vraagt, terwijl hij zelf midden in den nood des tijds en den nood der kerk staat, die moet een laatste, onverwoestbare zekerheid kennen, die sterker is dan de vrijwel allesbeheerschende angst, waarop de satan speculeert als hij zegt: alwat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven 0ob 2, 4). Daartoe worden wij geroepen in deze dagen van het woeden der heidenen: om midden in den angst die laatste zekerheid niet te vergeten, om niet te doen en te denken alsof wij ineens ergens verloren in deze verschrikkelijke wereld staan, maar om te gelooven, dat er een grond onder ons leven is, die niet splijten zal. Wie zijn wij? En wat is die grond? Wij — dat is de gemeente van den Heere Jezus Christus, die niet plotseling vergeten mag, dat zij dat is; dat is het volk, dat niet bij het feit maar bij het Woord leeft, en dat daarom nooit zonder licht is; dat zijn degenen, die door Gods onbegrijpelijke en vrije genade als eenigen op de geheele wereld weten waar wij aan toe zijn. En die grond, die laatste zekerheid — dat is de onze niet, maar dat is

Sluiten