Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom noemen. Moeten wij niet eenvoudig bekennen, dat wij deze simpelheid en deze stoutmoedigheid nauwelijks» meer toonen kunnen? Is ons een voorstelling zooals die van het Isenheimer altaar niet ver en vreemd geworden en dat wel niet omdat het een Roomsche afbeelding is, doch omdat daar, ondanks het feit, dat het Roomsch is, iets van den eenvoud en de stoutmoedigheid van het Christendom der eerste Christenen leeft? Zijn wij niet steeds weer zeer ver ervan verwijderd, alle hulp van het aanroepen van den naam Jezus alleen te verwachten? Inderdaad, ook wij spreken van Jezus. Wij gelooven in Hem. Wij roepen Hem aan. Maar gaat het ons bij ons spreken, gelooven en aanroepen werkelijk geheel en alleen — om Hem Zelf? Is het niet zoo: wij beschouwen Hem, wij beschouwen Zijn leven, in 't bizonder Zijn spreken en ook Zijn sterven, als een vindplaats, waar ons gedachten en krachten toestroomen, waarvan wij ons dan bedienen om met behulp daarvan den strijd van ons leven te weerstaan en de nooden van ons leven te overwinnen?

Het gaat ons niet om Jezus Zélf, maar wij zouden graag met behulp van Zijn gedachten

Sluiten