Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kend: „ Alzoo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijnen eeniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe," Joh. 3 vs. 16. Die weinige woorden bevatten de groote hoofdzaken van het Evangelie. Zij stellen ons het verlossingswerk voor, als uitgaande van God en wel van Gods liefde; zij wijzen ons aan, hoe die liefde Gods de geheele wereld, alle menschen, omvademde; zij vertoonen ons de grootheid dier liefde, die zich op duizenderlei wijze kenbaar maakt, vooral daarin zigtbaar, dat God zijnen eeniggeboren Zoon, het liefste, het beste, het hoogste, dat Hij zenden kon, der wereld gaf; zij bepalen ons bij het doel met die zending verbonden: opdat nu een iegeüjk, niet aan het verderf der zonde zou behoeven ten prooi te blijven, maar het eeuwige, het waarachtige, zalige en altyd voortdurende leven in Gods gemeenschap, zou kunnen deelachtig worden, wanneer men slechts voldeed aan de voor allen gelijkelijk gestelde voorwaarde, van in Christus te gelooven. Niemand behoeft er aan te twijfelen, of die van God verordende Zaligmaker, ook voor hem gekomen zij. Uitdrukkelijk zegt Jezus zelf: „ Al wat de Vader mij geeft, zal tot mij komen, en dien, die tot mij komt, zal ik geenszins uitwerpen," Joh. 6 vs. 37. Met de teederste liefde noodigt hij allen tot zich en roept: „Komt herwaarts tot mij, allen die vermoeid en belast zijt en ik zal u ruste geven," Matth. 11 vs. 28.

De heldere weerklank van die noodiging, wordt gedurig in de prediking der Apostelen gehoord. „Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Jezus Christus in de wereld is gekomen, om zondaren zalig te maken," 1 Tim. 1 vs. 15. En geen wonder, dat zoo zalig, het werk, zoo alles omvattend, het doel van Jezus komst, wordt voorgesteld, want hij kwam, werkende in den geest van en gezonden door Hem, „welke wil dat alle menschen zalig worden en tot kennis der waarheid komen," 1 Tim. 1 vs. 4.

Voegen wij de hoofdtrekken van onze beschouwing te zamen, dan stnat in Jezus Christus, voor onzen geest, eene heerlijke, geheel eenige persoonlijkheid, die wij teregt het middenpunt van onze godsdienstige kennis, het voorwerp van ons geloof, den rotssteen onzer hope noemen, die meer dan iets anders op aarde, onze innigste

Sluiten