Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voeren? Hoevele misdaden, in het geheim bedreven en kunstig verborgen, kwamen nogtans aan het licht door luttele aanduidingen ? Welke merkwaardige levensbewaringen hadden niet velen aan geringe oorzaken te danken? Zouden wij zeiven ze in ons eigen leven niet kunnen aanwijzen?

Hoe dat alles zamenhangt en mogelijk is, begrijpen wij niet. Maar gelijk het kind hier op aarde, de handelwijze van zijne ouders niet altyd doorgrondt, zoo kunnen wij, bij onze menschelijke beperktheid, nog veel minder de wegen van den hoogen God doorgronden en het waarom zijner bestellingen en daden doorzien. Hierop is Jezus woord voor den kinderlijk geloovige van toepassing: „Gij zult het na dezen verstaan," Joh. 13 vs. 7. Wat wij echter nu reeds van Gods Voorzienigheid ontdekken, doet ons met Paulus uitroepen: „O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennisse Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn zijne oordeelen, en onnaspeurlijk zijne wegen!" Eom. 11 vs. 33.

Die overtuiging zal ons opleiden, om in tegenspoed geduldig te zijn, daar zelfs de tegenspoed, niet dan onder Gods bestuur en met heilrijke oogmerken tot ons komt; om in voorspoed dankbaar te zijn, daar elke zegening van God wordt beschikt; om voor de toekomst, hoe onzeker die voor ons ook moge wezen, nooit te wankelen in ons vertrouwen, dewijl die onzekere toekomst, door God met de meeste wijsheid en liefde wordt geregeld.

Vragen wij nu hoedanig God is, of liever wat wij menschen vooral uit den Bijbel aangaande Hem weten, dan onderscheiden wij het wezen en de eigenschappen van God. Naar zijn wezen of innerlijk bestaan is God een Geest, onzigbaar, onstoffelijk,; en het hoogste redelijk Wezen, „God is (een) geest, en die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden, in geest en waarheid," Joh. 4 vs. 24. Hij is eeuwig, zonder begin en zonder einde: „Eer de bergen geboren waren, en Gy de aarde en de wereld voorgebragt hadt, ja van eeuwigheid tot eeuwigheid zqt Gij God," Ps. 90 vs. 2. Hij is onveranderlijk, altijd dezelfde in heerlijkheid: „ Bij wien geene verandering is, of schaduw van omkeering," Jak. 1 vs. 17. Hij is eenig, alleen het hoogste Opperwezen: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen,

Sluiten