Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar niemand kwam tot het zoo vurig gewensehte doel. Zelfs de verst gevorderden erkenden zuchtende het vruchtelooze van hunne pogingen en hoopten, dat de Godheid zelve, het regte middel der verlossing zou aanwijzen.

Wie zal mij verlossen? Dat was de levensvraag van den denkenden Israëliet, en hij hoopte op de verschijning van den door God beloofden Messias. Wie zal mij verlossen? Dat bleef de levensvraag van den zoekenden Heiden, en hij hoopte op de Godheid, wiens wijsheid eu goedheid hij alleen in staat achtte, om haar volledig te beantwoorden. Wie zal mij verlossen? Dat is voortdurend de levensvraag van] eiken heilbegeerigen mensch, zoolang hij Christus niet kent, als den van God gezondenen Zaligmaker. Zoo dikwijls de zondige mensch, ernstig nadenkt over zijne betrekking tot den Oneindige, vervullen vrees, angst, twijfelmoedigheid, schaamte zijn gemoed, maar heeft hij den Christus gevonden, dan gaat er een nieuw licht op in zijne ziele en hij dankt God, die, in de volheid des tijds, zijnen Eeniggeboren Zoon als mensch op aarde zond, om de Middelaar te wezen tusschen Goft en de wereld, en den eenigen, maar ook zekeren weg der verlossing aan te wijzen. Door Jezus Christus toch weten wij, dat ieder, die in hem gelooft en daardoor in gemeenschap met hem treedt, deel heeft aan de vergeving der zonden, met God verzoend wordt en een nieuw leven ontvangt door den Heiligen Geest, in vereeniging met zijne gemeente.

Door Jezus Christus alleen leeren wij den eenigen, zekeren weg der verlossing kenneu. Hij is het licht der wereld. Hij is de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot den Vader dan door hem. Hij staat daar en roept: Komt herwaarts tot mij, allen die vermoeid en belast zijt, ik zal u ruste geven!

En wat eischte hij dan van den zondigen mensch, opdat hij van zonde verlost zoude worden en in Gods gemeenschap zalig zoude zijn? Hoort hem zeiven, als hij de voorwaarden tot zaligheid vermeit: „Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden, maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden," Mark. 16 vs. 16. Vergelijkt daarmede, talrijke gelijksoortige verklaringen van den Heer, zooals Joh. 3 vs. 36; 8 vs. 24; maar in-

Sluiten