Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij gaan nu voort, met de beschouwing van het leven van den mensch, die uit zijnen zondigen toestand door Jezus Christus verlost is. Hij legt er zich op toe, om aan Jezus gelijkvormig te worden, en dus, als een regtgeaard kind van God, den Hemelschen Vader boven alles te beminnen, en zijne naasten en zich zeiven regt lief te hebben. Zietdaar de algemeene aanwijzing en beknopte omschrijving van een waarlijk Christelijk leven.

Deze algemeene aanwijzing gaat uit van de veronderstelling, dat de Christen zich, op gelijkvormigheid aan Jezus, behoort toe te leggen. Ep zulks te regt.

De Alwijze Schepper deed ons immers geboren worden met eene zucht tot navolgen, die, wel geleid, zeer bevorderlijk kan zijn, om ons aan onze verhevene Christelijke roeping te doen beantwoorden. Onwillekeurig wordt onze aandacht, bij het doorlezen van den Bijbel, gevestigd, op eene reeks van edele menschen, die in menig opzigt navolging verdienen. Hoe schoon is het beeld van den zagtmoedigen Abel, vallende als het slagtoffer van zijnen boozen broeder. Hoe edelaardig is het geloof van den vromen Abraham, levende in eenen ty'd, toen de afgoderij schier algemeen was op aarde. Hoe gezegend is de onbezweken godsvrucht van den braven Jozef, zich dekkende tegen de verzoeking, met de gedachte aan Gods nabijheid. Hoe ijvert een David, als de man naar Gods hart, voor de dienst van den Eenigen Waarachtige. Hoe geduldig is Job, de Herders vorst, in zijne beproevingen. Met welk eenen onsterfelijken naam schittert Mozes,

Sluiten