Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat. In zijne persoonlijkheid, vereenigen zich alle zedelijke volmaaktheden , voor welke de menschelijke natuur vatbaar is. Wel is daaraan ten allen tijde strijd, moeite, zelfverloochening, en somwijlen opoffering van tijdelijke goederen, ja zelfs, van het leven verbonden , maar ook de gunst van God, een gerust geweten en het eeuwige leven.

Daarom vermaant de Apostel te regt zijne medechristenen: „ Hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij zijne voetstappen zoudt navolgen," 1 Petr. 2 vs. 21.

Het spreekt nu wel van zelve, dat deze navolging, niet bestaan kan, in het doen van dezelfde daden. Jezus toch had eene geheel eigenaardige taak te vervullen, bezat buitengewone krachten, leefde in eenen geheel anderen tijd, onder een bijzonder volk, te midden van ons vreemde zeden en gewoonten.

De ware navolging kan alleen daarin bestaan, dat wij er naar streven, om naar geest en gemoed hem te gelijken; dat wij in gevoelen , denken en willen hem nader komen, zoodat ons gedrag en onze wandel, door zich zeiven verloogchenende en God verheerlijkende liefde, gekenmerkt zij. „Dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Jezus Christus was," Philip. 2 vs. 5; „Dit is mijn gebod, dat gij elkander lief hebt, gelijk ik u lief gehad heb", Joh. 15 vs. 12.

Wie aldus naar gelijkvormigheid aan Jezus streeft, toont daarmede tevens, dat hij een kind van God wil zijn. Gelijk een regtgeaard kind, van zijne aardsche ouders zich afhankelijk gevoelt, hen lief heeft, hen tracht te gehoorzamen en na te volgen, zoo erkent de Christen zijne verhevene roeping, om eensgezind en eenswillend met den Vader te wezen en Hem boven alles te beminnen, Hij laat zich door Gods Geest bezielen en besturen, want „zoovelen als er door Gods Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods," Bom. 1 vs. 14. Vrij van allen dwang der wet, vrij van alle slaafsche vrees, tracht hij steeds in de innigste gemeenschap met den Vader te leven, Gal. 4 vs. 3—7; Hem met geheel zijn hart, en met geheel zijne ziel, en met geheel zijn verstand, aan te kleven, Matth. 22 vs. 37 , 38.

Sluiten