Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den„ stelt ons Johannes dit in zijn Openbaringsuoek aansehouwe-. lijk WJor. De gezaligden stemmen in den hemel onbedwongen zamen in den lof en de verheerlijking van God, Openb. 7 vs. 9—17. Van de verdrukten hier beneden aegt hij :: „God zal alle banen van hunne oogen afwisschen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, doch gekrijt, noch moeite zal meer zijn, want de eerste dingen zijn weggegaan," Opetfb. 21 vs. 4.

Reiniging van dUe zonde, ook deze mogen wij in iden hemel verwachten. Of wat is het, dat -hier «op aarde ons geluk onvolkomen maakt? Is het niet juist de zonde? Zal er dus in den'hemel van volkomen geluk sprake zijn, de zonde kan er dan niet gevonden worden. Daarom kwam ook Jezus Christus vooral, om ons hier aanvankelijk wande zonde te «verlossen, die eigenlijk .ook niet tot ons 'bestaan als mensöh 'behoort En mag de Christen reeds hier aanhankelijk dankbaar juichen 'in de 'overwinning van de zonde, 1 Cor. 15 vs. '57, hoeveel 'te meer aal -hij bét in den hemel doen , waarvan Johannes, onder net beeld 'van'het mieuwse .Jeruzalem, zegt: „In haar 'zal niet 'in komen iets , dat ontreinigt," Openb. 21 vs. 27.

Steeds toenemende volmaking aal inden ihemel gevonden worden. De menschelijke geest, vrij gemaakt "van het stof, «al :blijken ivoor eene oneindige ontwikkeling vatbaar ste '-zijn. {Dat stelt >ons Paulus onder men 'schoon beeld woor. „ Wanneer het volmaakte zal gekomen zijn, dan zal hetgeen ten deele is, te niete gedaan worden. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, maar wanneer ik een man geworden ben, zoo heb 'ik "te niet 'gedaan, hetgeen eenes kinds was. Want wij zien nu door eenen spiegel in eene duistere rede, maar alsdan zullen wij zien aangezigt tot aangezigt, nu ken ik ten deele, maar alsdan zal ik kennen, gelijk ook ik gekend ben. 'Sa <üa blijft geloof, hoop en liefde, deze drie, doch de meeste van deze is de liefde." 1 Cor. >1A «vs. dO—13.

Volkomene vereeniging wan allen met .God, dat 'is de verste 'lichtstraal, die omtrent de toekomst der dingen, uit hoogere gewesten door (de nevelen dezer aarde 'tot ons doordringt, en het is eene vertroostende lichtstraal. Wat al zonde zien wij rondom ons. "Ongestraft kan zij niet blijven, en wie zijn hart hier der zonde wijdt,

Sluiten