Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het wordt feest voor wie met hun harten uitgaan boven den tyd, om zich te verlustigen in den Eeuwige.

Het wordt feest voor wie Gods barmhartigheid zien, schitterend als een bruidstooi op het gewaad der menschheid.

Het komende kerstheil groeten wjj tegen als het komende feest. We zingen er feestpsalmen bij. We trekken er het feestkleed voor aan. We strooien het palmen en twijgen voor den voet, zooals men dat doet bij een feest. Het is immers feest! Het wordt immers feest. En dat feest — genadefeest zou ik het willen noemen.

De zon der genade staat daar in vlammende glorie, zooals de zon dat hebben kan op een blijden zomermorgen, dat het wel lijkt alsof heel de wereld niet anders te doen heeft dan zich te verheugen in zonneheerlijkheid. Kerstmis brengt zoo'n zomerdag. Kerstmis brengt zoo'n zonnedag. Kerstmis brengt den zomerzonnedag der genade, waarop heel de wereld niet anders te doen heeft dan zich te verheugen in zonneheerlijkheid.

'tls het feest der genade. Ik bedoel: een feest voor de genade zelf. Of denkt ge niet, dat God zich een feest maakt van het genade geven, van het genade uitstroomen, van het genade zijn? Als de dichter aan de zon vraagt, waarom ze er toch eiken dag zoo vroohjk uitziet, dan antwoordt de zon: „ik ben zoo blij, omdat ik aldoor geven mag". En als een mensen aan God kon vragen, waarom in Hem de fontein der blijdschap altijd ruischende is, dan zou God zoo'n mensch antwoorden: „Ik verblijd mij. omdat Ik altijd gevende ben". De gever van alle goede gaven, de God die eenvoudig-weg geeft en niet verwijt, de God, die genade en eere geeft, de Heer, die uitkomsten geeft, de eene uitkomst voor en de andere na — zie, deze God is onze God: een God van gaven, een God van vele gaven, een God

Sluiten