Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonde, met onzen nood, met ons grondeloos leed. Gy' draagt alle dingen, het grootste en het kleinste, de wentelingen van de vuurwielen daarboven en den bloeddruppel, die door onze aderen wandelt, Gy' vangt op de verzuchtingen van ons klagend hart en ook de bruisende zeeën doormeet Uw eeuwig oog.

Hoe veilig zyn wy', niets kan ons meer verdoen, want alles wat ons onderbrengt onderwerpt ons aan Uwen heiligen wil, alles wat ons verkwynen en vervloeien doet stort ons uit in Uw wyden smeltketel, opdat Gy' in dezen louterkroes ons zoudt doen herboren worden als zeer glanzend metaal. Werkmeester der Eeuwigheid, arbeid voort aan Uw Jerusalem, aan Uw geestelijk huis, dat gebouwd wordt uit steenen, niet door handen gemaakt, nochtans geslepen door droefenis. Geef Gy' ons te ry'zen naar omhoog tot de hoogste hoogte Uwer tempeltinne, want Uw gebouw staat vast, gefundeerd in Uwen eeuwigen raad.

Leer de bedroefde zielen beleven, het lied der hooge liefde: „My'n vriendin is als een lelie tusschen de doornen, zy' moet naar boven toe, omdat de steken van haat en van mislukking en van geweld haar opdryven." Hoe wonderbaar zyt Gy, ook in Uw duistersten nacht, hoe brengt Gy' uit Uw afgronden zegeningen voort, hoe roept de afgrond tot den afgrond, opdat Gy' onze echo vernemen zoudt en haastely'k den hemel scheuren en omneer komen en wonderen doen van vertroosting, van vernieuwing, van heiligmaking in deze wereld, verdraaid en krom en onrein. Wy danken U, Heer, dat het goud uit de zwarte aarde komt en dat uit den duisteren nacht ontspruit de bloesem van den zonnigen lentedag, dat Gij het alles nieuw maakt, wanneer wij U maar volgen willen en zien.

Daarom geef ons vrede die alle verstand te boven gaat,

Sluiten