Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wonderende droomers kennen zelf den vrede niet en dragen geen vrede in hun hart. Kerstmis herinnert hen alleen aan een verloren vrede, een gestorven vrede. Het Kerstfeest komt tot hen niet met de gewetensvraag: „is het vrede, diepe, stille vrede in u?" Dit feest is voor hengeen vrede, maar slechts een wapenstilstand voor eenige uren. Zij staan wel aan den een of anderen kerstboom, maar zqn niet één hart, één ziel. Zy geven elkaar wel geschenken en die geschenken moeten dan de klove dempen hunner ziel; het zijn bloemen die geworpen worden in een geopenden afgrond, maar dien afgrond niet vullen.

De kinderen des vredes zijn als een stille, onbegrepen pelgrimsstoet gaande door een wereld van strijd. Zij begeeren geen dooden vrede, maar kennen den levenden vrede, die Hijzelf is, Hü, de Vredevorst, Jezus Christus. Zij kennen het Kind in de kribbe, dat onder alle stormen der wereld in vrede blijven zal, en hetzij dat Kind zal slapen op de onstuimige golven van het meer, hetzij het Zijn „wee u" zal donderen tot Jeruzalem, het zal altijd hen doen gevoelen dat zü vrede kunnen hebben in Hem, bij alle angsten der wereld. Dat Kind, dat eens voor Zijn vijanden Gods genade afsmekend, Zijn geest bevelen zal in de handen des Vaders, en dat, uit het graf verrezen, als eersten groet zal spreken: „Vrede zy ulieden", dat Kind is vrede. Jezus Christus is de levende vrede. In Hem en met Hem is vrede gekomen in de wereld, vrede door strijd en uit stryd, strijdende vrede, lijdende vrede, triumfeerende vrede, vrede door Zyn wonden en sterven, vrede door Zijn verrijzenis. Bij Zijn geboorte en bij Zyn sterven is het dezelfde vredegroet die uit den hemel de aarde tegenruischt, een vrede op de aarde, die niet van de aarde is. Wie Hem kennen, zullen niet, naar vrede zoekend,

Sluiten