Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De „angsten" des onden jaars gaan met ons mede in het nieuwe. Zn znn wel heel veel geweest in 1915. En heel nijpend. Frau Sorge is ons een onafscheidelijke gezellin geweest. Er was angst, hoe het met ons vadeiland zou gaan in den ontzettenden wereldkrijg. Of de oorlogsbrand niet zou overslaan over onze grenzen uit de ons omringende strijdende natiën. Er was angst in zoo menig gezin met betrekking tot hen, die al zoovele maanden gedwongen waren onder de wapenen te staan, — wachtende, altijd wachtende. En wat is moeilijker, geestdrift doodender dan wachten? Er was angst door den druk der tijden, door het zwaarder worden der lasten, door dreigende werkeloosheid, door wat niet al, dat naar menschelijke geheugenis zich zoo niet heeft aangemeld als nu.

De „wonden" des ouden jaars gaan met ons mede in het nieuwe. Zichtbare wonden, ontstaan door een verlies, dat ons trof, door een ledige plaats, in den kring der onzen ontstaan; onzichtbare wonden, die wü alleen kennen voor ons zeiven en die juist door hun onzichtbaarheid te pünhjker zün; wonden, geslagen door de hand Gods, onmiddelhjk, rechtstreeks of ons toegebracht door onzen medemensen, misschien een zeer geliefd medemensch, of veroorzaakt door ons zeiven, door eigen schuld; wonden, nog bloedende, of half gesloten of reeds dicht maar ons nog doende trillen van pün bü elke aanraking, o! zü gingen met ons mede en zü gaan met ons mede het nieuwe jaar binnen.

De „zonden" des ouden jaars gaan met ons mede in het nieuwe. Ach, konden wü ze maar aan den drempel nederleggen! Onze menigvuldige tekortkomingen, onze gebreken, onze ongerechtigheden in daden, woorden en gedachten, al dat vele, dat ontzaglijk vele, dat ons bezoedelt en

Sluiten