Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uw Koninkrijk kome!

Is die bede nu werkelyk de bede van ons hart, dan zullen wü verstaan dat wq, biddend om, ook mede te werken hebben aan de komst van Gods Koninkrijk.

Zeker, God doet Zyn Koninkrijk komen. Maar Hy doet het komen door ons. Dat Koninkrijk breidt zich uit van binnen naar buiten, dat wil zeggen, door de geesteüjke kracht dergenen, die van dat Koninkrijk zijn. Zoo zy het dan ook ons een "ernstig voornemen, een voornemen, dat zyn uitdrukking vinde in ons gebed, om naar de kracht ons gegeven, trouwe arbeiders te zyn in den dienst onzes Heeren. Niet allen hebben vyf talenten ontvangen en ook niet allen twee, maar als wy er slechts één ontvangen hebben, wordt dat ééne door ons dienstbaar gemaakt aan de uitbreiding van het Godsrijk op aarde.

Voorwaar! wat onze kracht vraagt, is veel.

Daar ligt de gansche wereld van heidenen en mohammedanen, op welke de Heer der zending ons wyst. Het werk der zending ligge ons na aan het hart! De strydende, bloedvergietende Christenheid doet zoo ontzaglijk veel nadeel aan den arbeid des Evangelies onder de onchristenen. Is wat zy doet niet in schrille tegenspraak met wat zy belydt en verkondigt? Laat ieder het zich tot een dure taak rekenen, in dit nieuwe jaar krachtig mede te werken, opdat zoo al geen voortgang kunne worden geboekt, toch het zendingswerk voor achteruitgang worde bewaard.

Gy, die bidt: „Uw Koninkrijk kome", wat hebt gy' voor de komst van dat Koninkrijk tot nu toe gedaan, wat doet gy er voor, wat zult gy er voor doen?

Voorts — arbeid, myn Christenmaan de komst van Gods Koninkryk, door burger van dat Koninkrijk te zyn.

Eenvoudig „te zyn".

Sluiten