Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sFrederik! laat ons niet twisten. Als wij geordend zijn kunnen wij beter onderzoeken en ons meer met de geschriften van de tegenstanders eigen maken. Ik bid dagelijks dat de heiligen mij licht geven, en hoop dat zij mij verhooren zullen. Ik beken nogmaals, gij zijt gelukkiger dan ik. Gij gelooft op gezag, ik wil, ja bid om overtuiging. Mijn verstand speelt mij parten. Kon ik even als gij, ja en amen zeggen op alles wat de priesters en mijn biechtvader vertellen, dan ware ik mogelijk gelukkig. En dat is mij onmogelijk. Wellicht is het zondig, maar ik kan niet anders, mogen de heiligen mij vergeven. En nu basta. Zie hier is een plekje. Onder dezen boom kunnen wij den optocht zien. Wij hebben nog een uur den tijd. Als de optocht voorbij is, zullen wij naar de kerk draven en trachten een plaatsje te veroveren. Laten wij nu ooren en oogen wijd openen; den mond sluiten, en met alles wat wij zienenhooren ons nut doen.

TWEEDE HOOFDSTUK.

WAARIN MEER VAN DEN AFLAATHANDEL VERNOMEN "WORDT EN MEN OOK MET Me. JADOCUS KENNIS MAAKT.

In het vorige hoofdstuk hoorden wij Frederik den oorsprong van den aflaathandel vertellen. Zijn verhaal, was echter niet juist en gaf alleen weder wat hem door priesters was ingeblazen. De oorsprong lag dieper en het doel was nog onheiliger.

Reeds in het begin der christelijke kerk werd op den wandel der leden nauwkeurig acht geslagen, en zij die zich aan grove zonden schuldig maakten, werden buiten gesloten, tot dat zij met berouw en boete hun zondig pad verlieten en terugkeerden. Geen hooggeplaatste personen, zelfs geen gekroonde hoofden werden ontzien. Voor allen was tot regel gesteld: Vreest God en houdt zijne geboden, laat uwen wandel eerlijk zgn, wees een licht in uwe omgeving, toon door woorden en

Sluiten