Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te verklaren, daar hij in hem eene goddelijke openbaring zag^ De woestijn, dacht hij, moest de wereld voorstellen, het water dat uit den mond van Christus vloeide, het klooster, de arbeiders op den akker waren zijn medekloosterlingen. Zoo bracht hij alles met zijn tegen woordigen toestand in verband. Hij was, zoo besloot hij eindelijk, thans aan de bron, en kon zich dus naar hartelust laven; hij was op het korenveld, en kon dus snijden zoo veel hij verkoos. Een ding begreep hij niet recht.

Hij had op den akker duizenden maaiers gezien, in verschillende kleeding, van verschillende gelaatskleur, en uit alle standen der maatschappij. Doch geen enkele monnik, van welke orde ook, bevond zich onder hen.

Dat was hem een raadsel.

Mogelijk had hij niet goed gezien. Hij dacht ten minste niet verder, wierp zich weder voor het beeld van den gekruisten Christus neder en bad zoo lang, tot dat de bel hem tot het gemeenschappelijk morgengebed riep.

Had Frederik den droom juist uitgelegd? Wij zullen het later zien.

ZEVENDE HOOFDSTUK.

FEEDEBIK KRIJGT EENE VRIJBRIEF OM NIET.

Twee jaren waren bijna voorbijgegaan. In dien tijd was in de katholieke kerk veel veranderd. Een eenvoudigen Augustijner monnik waren, even als zoovele anderen, de oogen geopend voor de dwalingen der kerk. Hij verfoeide den aflaathandel, als God en mensch onteerend, en bestreed, door heiligen ijver gedreven, geestelijken van lageren en hoogeren rang ja zelfs den Paus. En in een geschrift, dat hij den 31 en October 1517 aan de groote kerk te Wittenberg hechtte, be-

Sluiten