Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn hart gegrift. «Ontneem mij — zeide hij — de boeken, die ik gekocht heb en die God gebruikt heeft om mijne oogen te openen, gij kunt mij'den vrijbrief die God mij gegeven heeft toch niet ontnemen. Sluit mij in den donkersten kerker. Gij kunt toch niet verhinderen dat ik haar gedurig lees. Leg mij een kruis op zoo zwaar gij kunt. Hoe zwaarder het kruis is, hoe heerlijker de kroon zal zijn, die God mij uit genade geven zal. Vroeger nam ik zelf een kruis op, om daardoor een kroon te verdienen, maar nu weet ik dat ik verkeerd deed. Ook begrijp ik nu den droom dien ik, den eersten nacht toen ik in het klooster was, droomde,, beter dan toen. De man die het middel was om mij tot Christus te leiden is Luther, de stroom aan welke ik mij gelaafd beb is Gods woord. God zal mij gebruiken om op zijnen akker te arbeiden. Nu weet ik ook waarom ik op den akker geen enkele monnik zag.«

Zulk eene tegenspraak had de prior niet verwacht. Hij werd woedend en beval dat men Frederik in de gevangenis zou zetten. Deze liet zich gewillig wegvoeren. De prior riep hem nog na. Indien gij binnen veertien dagen niet van uwe ketterij genezen zijt, zult gij uw leven lang in den kerker blijven.

Frederik wendde even het hoofd om en antwoordde: sgij kunt mij toch mijnen vrijbrief niet ontnemen.«

Het volgend jaar betrad een prediker den kansel te Annaberg voor eene schare die de groote kerk nauwelijks bevatten kon. En geen wonder want niet alleen was de welsprekendheid van den redenaar wijd en zijd beroemd, maar hij was bovendien te Annaberg geboren en opgevoed. Bijna allen hadden hem gekend als ijverig jongeling en ernstig student, en toen men vernam dat Frederik Mygonius een enkele maal den kansel in zijn vaderstad zou beklimmen, bleef niemand thuis.

En hun stoutste verwachting werd nog overtroffen. . Met heiligen geestdrift bezield, schetste Mygonius het rampzalig leven buiten Christus, daar het geen waar geluk noch voor het heden, noch voor de toekomst geeft. Hij drong aan op het streven naar de gerechtigheid die niet door goud of zilver wordt verkregen; maar uit genade alleen, door

Sluiten