Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BARNABAS.

i.

Hemd. 4 :36 en 37.

Wij moeten elk jaar, als de Pinkstertijd voorbij is, ons verdiepen in het boek der Handelingen, dat stuk kerkhistorie uit den oudsten tijd en ons weer herinneren: zoo kan het, zulke menschen kweekt een volle bekeering. Een üjd van veel bekeering is een tijd van veel mogelijkheden, van veel volheid en rijkdom. Dan een man te hebben van de visie van Paulus, en die het dan weer mag voor oogen stellen aan een schilder als Lukas.

Deze schilderij heeft een achtergrond van redevoeringen, op den voorgrond is het gebeuren en daama zien wij de menschen, allen om Paulus heen, als voorloopers, gezellen of tegenstanders. En Paulus is de gezondene, de dienstknecht van Jezus Christus.

In die zeer bonte rij van mannen en vrouwen, die kleur brengen aan dit gebeuren, is Barnabas de alleroudste, de eerste met name genoemd buiten den apostelkring, die een dierbare rol vervult tot aan de tweede zendingsreis van Paulus. Het eerste apostolaat stoot hem uit, hij groeit er meer en meer boven en buiten, een moment is hij schijnbaar de hoogste, totdat de vriendelijke genade aan allen bewezen, hem den nek breekt in het conflict met Paulus, waardoor hij uit de historie weg raakt en onsterfelijk wordt.

Hij is groot in Jeruzalem, totdat hij Antiochië heeft geproefd en hij de moederstad laat liggen om de tamheid. Hij doet alles voor Saulus, totdat deze het koekoeksjong blijkt te zijn geweest, dat hem ten neste uitwerpt.

Maar die met de heel grooten der aarde is slaags geraakt, ontleent juist daaraan, dat zijn naam bewaard wordt.

In hoofdstuk vier komt de vervolging voor na de genezing aan de schoone poort en de nacht in de gevangenis doorgebracht. Deze vervolging is wat grotesk, hier en daar belachelijk. En toch, als zij

Sluiten