Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich vrijwillig in gevangenschap te begeven, fluistert den gemalen historicus van het Christendom toe: de evangelist. Paulus wil vele dagen, alvorens onder te gaan, het evangelie hooren. Filippus hoort bij die oudere schicht van het Christendom, waarvan Paulus een uur het majestueuze ondergaan van Stephanus zag. De evangelist heeft den rijnen eersten martelaar goed gekend en is na zijn dood niet ingezonken, maar totaal opgeleefd.

Paulus en Lukas hebben samen hun gastheer hooren vertellen uit hofleven en sterven van dien held.

Zijn leven is blijde boodschap. Zijn dood nog blijder. Vervolging weer heerlijk. Samaria algemeene blijdschap, de heele stad. De Heilige Geest nog heerlijker en Simon kan het niet wegmaken. Integendeel. De moorman op den weg, die hem genegeerd had, omdat hij 't niet op kon. En zoo maar door. Wat 'n evangelist, heeft Lukas gedacht, die ook wel weet, dat sommige menschen het evangelie tot een hel- en strafprediking kunnen maken en anderen de verhalen van ondergang en vervolging tot een zeer blijde boodschap. . . _

En in die 20 jaar dat hij getrouwd en met kinderen in Cesarea zit, is dit alles niet overgegaan. Nóg de evangelist.

Wat dat toch is: de vier meisjes die profeteeren? Ik geloof, het is dit: in geen huis is Paulus zoo eerbiedig als hier. Groote mannen die autoriteit erkennen. Oude mammen die naar meisjes kunnen luisteren in vier wondere stadia: bij de kleinste als naar een oud liedje van God; bij de tweede naar allerlei verhalen van vader; bij de derde naar mystiek, heel anders dan de oude apostel weet; bij de vierde naar de wondere vrouwenintuïtie, zooals alle eeuwen gekend hebben, oude Goethe en oude Vondel en die eerbiedig beluisterd werd, omdat ze voortkwam van achter de gazen sluier van zuivere vrouwelijkheid en maagddom.

Maar meteen hebben wij hier den Evangelist in tweeder instantie. , _ , , ,

Wat moet het bij iemand echt zijn, die vreugde Gods en de behoefte daarvan te getuigen, als vier kinderen het allen hebben.

Kinderen zien al onze fouten, meisjes meer nog dan jongens, gansch intuïtief.

Sluiten