Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het geloof, dat we alles in den Heere willen bezitten. Bidden is een geloofsdaad, een daad van dagelijksche bekeering, een daad van afsterving en opstanding, een daad van dankbaarheid. Wij erkennen, dat God alleen recht heeft God en Vader en Koning te zijn.

Bidden is een dienst

Wie bidt, moet gezalfd zijn met den Heiligen Geest. In het gebed oefent de profeet zijn geloof door te gehoorzamen, strijdt de koning voor een zekere zaak — wijl Gods zaak — ter overwinning, en dient de priester aan het altaar. Daarom kon Ds. de Graaf het gebed ook noemen „een dienst in het heiligdom."

Maar wie wordt in het gebed gediend, God of de mensch? Natuurlijk God. En dan pas wordt de mensch gediend. Als God alleen en boven alles gediend wordt, zal de mensch leven. Want alleen het gebod — maar ook het gebed der dankbaarheid zegt: Hebt God lief boven alles. Daarin is de liefde tot den mensch alleen en uitsluitend gewaarborgd.

Nu moet de priester ook profetisch gehoorzamen. Dat moest in het Oude Verbond ook. God schreef precies voor, niet alleen hoe de samenstelling van het gebedsreukwerk moest zijn, maar ook, hoe het reukofferaltaar zou zijn. Dat luisterde alles heel nauw, omdat er in het heiligdom geen plaats is voor de zeggenschap van den mensch. Alle eigenwilligheid is uit den booze. In Exodus 30 lezen we hiervan. „Verder zeide de Heere tot Mozes: Neem tot u welriekende specerijen, mirresap en onyx en galban, deze welriekende specerijen en zuiveren wierook, dat elk bijzonder zij. En gij zult een reukwerk eener zalf daaruit maken, naar het werk des apothekers, gemengd, rein, heilig."

De samenstelling van het reukwerk, dus van het gebed, zal de Heere voorschrijven. Dat is bidden, zooals het behoort. En met die samenstelling van het gebed zullen we alleen God mogen dienen, niet onszelf. Dat reukwerk des gebeds behoort in het heiligdom. De Heere vervloekte en wilde ieder uitroeien, die dit heerlijke reukwerk misbruikte voor zichzelf (vs. 37 en 38) om er zelf van te genieten buiten het heiligdom. Het gebed is immers „een heiligheid voor den

Sluiten