Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar laat ieder nu eens aan den dag van vandaag denken en aan zijn eigen leven. En nu vergeeft Hij menigvuldiglijk, eiken dag. Zoo maar uit genade. Zoo maar op zoon eenvoudig zinnetje, een paar woorden: „Vergeef ons onze schulden."

Als Jezus ons dit niet „genadig bevolen" had, zouden we toch nooit durven. Maar Hij, Die beveelt, schenkt daarin meteen den eenigen grond van vrijmoedigheid. „Eischt van Mij vrijmoedig op mijn trouw Verbond."

Zooeven hebben we iets gezegd over dien modernen professor, die het „Onze Vader" niet volmaakt vond. Helaas behoeft ge daar niet „modern" voor te zijn. Hoevelen zijn er niet in mijn eigen gemeente, die de vijfde bede niet „zwaar" genoeg vinden. Men redeneert dan: „als een mensch zich zelf komt leeren te kennen en al zijn gruweldaden komt te zien, dan leert hij eerst uit de diepte te klagen en te kermen. Daar komt wat anders voor kijken, dat gaat zoo maar niet. Daar moet een hellevaart voor doorgemaakt worden, voordat hij aan de hemelvaart (van schuldvergeving) toe is." En nu komt de vijfde bede met die enkele sobere woorden „vergeef ons, o Vader, onze schulden", wel wat erg „licht" voor. Zou God op zoon „mager gebedje" zoo maar vergeven? Daar hebt gij den heiden weer aan het woord, die denkt door zijn hartstochtelijkheid en lang gebed God te kunnen bewegen tot schuldvergeving, alsof ooit één gebed van de allerheiligste den Heere bewoog. Onze Vader is nooit bewogen tot schuldvergeving door hartstochtelijke bidders maar alleen door Zijn eigen liefde in Christus Jezus. Wij hebben Gods liefde niet gaande gemaakt door ons bidden of schuldbesef, maar God heeft van eeuwigheid zich zelf in Christus bewogen tot vergeving. God zoekt een volmaakten rechtsgrond. En die is nergens anders te vinden dan in Zijn Zoon. De H. Schrift spreekt daarom van „innerlijke bewegingen der barmhartigheid". De beweging komt van binnen uit en niet van buiten af. Wij kunnen alleen Gods toorn gaande maken, omdat alles, ook in ons beste geestelijke leven, met zonde besmet is en onvolkomen. Dat die heilige Vader nochtans menigvuldiglijk vergeeft, moet zijn oorzaak en grond buiten den mensch vinden in God zelf, in Christus zelf. De oude vromen spraken hiervan, als ze zeiden: „De Heere neemt redenen uit Zich-

Sluiten