Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

apostelen Dat duidt het doel aan. Het doel van Gods verlossende helde 1S'?.at„cf 2°u ?jn een volk, „tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust, Zijn beeld gelijkvormig, één plant met Hem geworden en Zijn voetstappen drukkend. Zoo worden wij pas , Licht der wereld en zout der aarde." Wie altijd druk bezig is met de vraag: Hoe kom ik in den hemel, heeft het niet druk met de vraag: Hoe komt God aan Zijn eer in mijn dagelijksch leven. Het is goed. dat alle franje van ons leven worde afgerukt en wij steeds de vraag stellen: krijgt nu Jezus Christus een gestalte in mij? Want dat is het eigenlijke in de verlossing. Anders vervallen wij in een andere fout. Uan willen we alleen het fundament zonder het huis. alleen de wijnstok zonder vruchtdragende ranken en alleen de bron zonder de stroom, wijl we alleen rechtvaardigmaking willen zonder heiligmaking. Maar zulk een geloof is een lijk, volgens Jacobus.

Ue vijfde bede wijst ook op dat nauwe levensverband tusschen God en den verlosten mensch. Het leven Gods en het leven van den mensch wordt met een „gelijk" verbonden. Telkens leest gij „gelijkerwijs Chnstus alzoo ook gij." Dat kan ook niet anders, want. indien Chnstus de ware wijnstok is en wij de ranken, zoo zullen wii onze levenssappen niet trekken uit onszelf of uit de giftbodem dezer wereld maar uit de wijnstok Christus. Eén plant en één Geest. „Diezelfde Geest D,e in Hem heerscht als in ons Hoofd, heerscht ook m ons als m Zijn Lichaam.' Luther verstout zich te spreken over de gdoovigen als over „Christussen." Hij zegt niet, dat elk geloovige een Christen moet zijn maar een Chrisfas. ja God. NatuurÜjk is dit een gevaarlijke manier van uitdrukken, dat veel misverstand kan teweeg brengen maar de liefde denkt geen kwaad. En we kennen Luther voldoende, dat hij de grenslijn tusschen God en mensch, Christus en Christen nooit wil uitwisschen. Luther heeft ook wel andere dingen gezegd. Zoo zien we weer, dat het „sola fide" (alleen door het geloof ) de wet niet te niet doet, maar bevestigt. Trouwens laten we maar bij de Schrift blijven, die durft spreken door de mond van Petrus „opdat wij (door de gave van Gods beloften) der goddelijke natuur deelachtig zouden worden." Bij Petrus is geen sprake JrtTf <*™jk* ketterij ook. Het gaat alleen nieronf dat wij door Christus het leven Gods gaan leven. In Zijn gemeenschap.

155-m

Sluiten