Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christus, de Zon der gerechtigheid, kan zeggen: „Ik ben het Licht der wereld", en daarom kan Hij tot de kerk zeggen: „Gij zijt het Licht der wereld", gij weerkaatst mijn licht. „Zoo doet dan aan, als uitverkoren Gods, heiligen en beminden, de innerlijke bewegingen der barmhartigheid, goedertierenheid, ootmoedigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, verdragende elkander, en vergevende de een den ander, zoo iemand eenige klacht heeft; gelijkerwijs als Christus u vergeven heeft, doet ook gij alzoo." (Cor. 3 vs. 12~-13). Leest dit woord van God telkens rustig over en legt nadruk op elk woord. Hier is de samenvatting van al het voorgaande. Paulus spreekt de geloovigen aan als „uitverkorenen", menschen, die voor de volle honderd procent verdoemelijk zijn en blijven in zichzelf, maar die in Christus „heiligen en beminden" zijn.

Deze verhouding van God tot den geloovige bepaalt de verhouding van den geloovige tot den schuldenaar. God was de eerste. Die opzocht, terwijl wij niet eens onze schuld gevoelden of wilden erkennen. Zoo zullen wij de eersten zijn, die onze schuldenaren opzoeken, ook als zij heelemaal geen schuld gevoelen. Zoo spreekt de Heiland tot de schapen Zijner kudde en zij hooren Zijn stem en volgen Hem. „Indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen (zoek op) en bestraf hem tusschen u en hem alleen; indien hij hoort, zoo hebt gij uw broeder gewonnen." Indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, indien gij dus in uw recht staat, blijf dan niet

thuis zitten en zeg niet: Zie zoo ik heb geen schuld, maar hij;

hij moet maar eens eerst hier komen. En dan durven we nog met breed gebaar er bij vertellen, dat we best vergeven willen; maar hij zal eerst hier komen en vergeving vragen; hij zal goed moeten voelen, dat ik gelijk heb en hij ongelijk, dat ik geen schuld heb en hij wel. Eerst op de knieën voor mij en dan zal ik genadiglijk vergeven. Stumperachtig, als we ons zóó opblazen. Bespottelijk voor God, Die nóg wel met andere schulden heeft te doen. Dat is vreesejijk, als we zóó doen. We zien alleen de schuld van den naaste tegenover ons, maar vergeten, dat we ook in de schuld staan tegenover onzen schuldenaar, de schuld der opzoekende liefde. „Doet aan de innerlijke bewegingen der barmhartigheid" en „vergeeft gelijkerwijs

Sluiten