Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denkt wel dat het alleen in zichzelf is, maar het is toch niet anders dan een dienaar van anderen. Leven, ja niet alleen leven: bestaan is dienen. Zonder die wet van het dienen kan geen wezen zijn.

Die wet van het dienen nu is in meer dan één opzicht uiterst merkwaardig. Het eerst merkwaardige is, dat geen schepsel dient om te dienen, althans als regel niet, maar dat ieder schepsel meent alleen zichzelf te helpen. Al dat dienen gaat ongemerkt, onbewust. Het is alsof een machtiger hand die dingen voortstuwt en ze ondanks zichzelf tot het groote dienen beweegt. Dat dienen is dan ook geen offer, geen moeten, maar een vanzelf doen, zonder dwang, zonder overleg. Elk ding bestaat naar zijn aard, maar al de dingen samen zijn zoo geaard, dat het bestaan van den een dat van den ander draagt en in stand houdt.

In de tweede plaats blijkt al spoedig, dat het dienen anders wordt naarmate het wezen van hooger orde is. Er blijken met name drie klassen van wezens, drie groote kringen in de schepping te zijn, die in dat opzicht onderling verschillen.

De eerste kring is die van de gewone levenlooze stof. Daar is ook het dienen, maar het is er zuiver toevallig, opgelegd. De vette klei dient ook de zaadjes die erin ontkiemen, maar het weet er niet van, het wil het ook niet. De hooge, begroeide bergen dienen ook, ze verzamelen den regen in den westmoesson, en als de droogte komt, dan drenken ze het land, dan spuiten nog overal de waterrijke bronnen op. Maar die alle weten het niet, ze doen het ondanks zichzelf. Als de omstandigheden zoo ertoe leiden dan schaden

Sluiten