Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poort der kennis staan. Wij moeten anderzijds zoeken naar zulk een beginsel, dat ons uitsluitsel geeft over de wet van het dienen. Wij moeten alle beschouwing, alsof alles rein toevallig zoo is als het is, ten .eenen male verwerpen.

Vanwaar ■ komen wij ? Hoeveel menschengeslachten hebben over dit probleem al niet getobd en gedacht! Die blinkende zon, die kracht van uitspuitend leven, die schoone vorm van menschen en dieren, die wonderlijke verscheidenheid van levende wezens, vanwaar dat alles ? Wij kunnen zeggen: met die vraag hebben wij in zekeren zin niets te maken. Wij bestaan en dat moet ons genoeg wezen. Toch is het duidelijk, dat het antwoord, dat wij geven op de vraag naar het vanwaar van overheerschende beteekenis is voor vele andere vragen, die wij ons verder nog stellen moeten.

Waar komt ge vandaan, mensch ? Is het de hand van God, die U maakte ? Draagt ge de sporen van -Zijn goddelijke wijsheid en almacht ? Of is het de groote macht van het toeval, die in den loop der millioenen jaren tot Uw vorming leidde ? Is het het eerste, dan zijt ge onderworpen aan een goddelijke wet, maar dan zijt ge ook het voorwerp van goddelijke zorg. Dan zijt ge niet een schakel in een keten tot nog hoogere evolutie, maar dan zijt ge de kroon, de voleinding van een heerlijk scheppingswerk. En is het het laatste, dan staan we op een weg, met donker achter ons en donker voor ons, dan is er geen wezenlijke norm, geen wezenlijke zorg,' geen wezenlijk doel, geen wezenlijke leiding.

Ten aanzien van deze moeilijke vraag kan het verstand alleen moeilijk den doorslag geven.

Sluiten